De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag in 9 aparte vonnissen 12 beklaagden veroordeeld voor inbreuken op de dierenwelzijnswetgeving. Ten aanzien van 4 beklaagden worden gevangenisstraffen uitgesproken. De feiten hebben betrekking op in totaal 51 dieren: 19 honden, 12 katten, 11 kippen, 7 pony’s en 2 geiten. Volgens de rechtbank hebben de beklaagden blijk gegeven van nalatigheid ten aanzien van dieren die van hen afhankelijk waren voor de nodige zorg en huisvesting, waardoor zij nodeloos dierenleed hebben veroorzaakt.
De feiten dateren uit 2024 en 2025 en kwamen aan het licht na meldingen bij de politie.
Een overzicht van de 9 vonnissen:
- Een eigenares van zeven pony’s op een weide in Aarschot is veroordeeld voor inbreuken op de dierenwelzijnswetgeving en voor mondelinge bedreigingen aan het adres van twee politie‑inspecteurs. Tijdens een controle op 16 juni 2025 stelde de politie vast dat de hoeven van de dieren te lang waren, waardoor de dieren niet meer normaal konden lopen. De weide was ook onvoldoende omheind en er lagen stukken prikkeldraad los op de grond. Ook bleken het drinkbad en de waterput leeg. Omdat de situatie ondanks eerdere waarschuwingen niet verbeterd was, nam de politie de pony’s op 16 juni in beslag.
Tijdens deze inbeslagname arriveerde de eigenares ter plaatse. Ze gedroeg zich agressief en uitte bedreigingen tegenover de politie‑inspecteurs. De vrouw heeft een ongunstig strafblad en werd eerder al veroordeeld voor strafrechtelijke feiten.
De rechtbank legt de beklaagde een gevangenisstraf van 8 maanden en een geldboete van 1.600 euro op. Daarnaast krijgt zij een definitief verbod om dieren te houden. Aan de twee betrokken politieagenten moet zij elk 250 euro schadevergoeding betalen.
- Twee beklaagden zijn veroordeeld nadat ze hun hond alleen hadden achtergelaten in een afgesloten woning in Diest waarvoor een procedure tot uithuiszetting liep. Ze worden ook veroordeeld voor het onvoldoende voorzien van voeding en water en voor een onhygiënische huisvesting van de hond.
De feiten werden vastgesteld op 4 november 2025, toen de politie bijstand diende te verlenen aan een gerechtsdeurwaarder voor de uithuiszetting van de beklaagden uit hun woning in Diest. Bij het betreden van de woning bleek deze verlaten te zijn. In de woning werd wel nog een hond aangetroffen. Het dier was angstig en zeer mager. In de woning lagen op verschillende plaatsen urine en uitwerpselen van de hond. In de woning was geen hondeneten of drinkbaar water voorhanden.
De eerste beklaagde krijgt een gevangenisstraf van 4 maanden en een geldboete van 1.600 euro. De tweede beklaagde bevindt zich in staat van wettelijke herhaling en wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van 1.600 euro. Aan beiden wordt een definitief verbod opgelegd om dieren te houden.
- Een beklaagde is veroordeeld voor het houden van dieren ondanks een gerechtelijk verbod (tenlastelegging A), en voor het niet naleven van de identificatie- en registratieplicht met betrekking tot twee katten (tenlastelegging B). Op 3 februari 2025 voerde de politie een controle uit in de woning van de beklaagde in Wijgmaal om na te gaan of het opgelegde verbod werd nageleefd. Tijdens deze controle werden één hond, twee katten, tien kippen en een haan aangetroffen. De twee katten bleken niet gechipt, niet geregistreerd en niet gecastreerd.
De rechtbank stelt vast dat de beklaagde in staat van herhaling verkeert. De beklaagde heeft een eerder uitgesproken rechterlijk verbod om dieren te houden naast zich neergelegd. Daarmee heeft zij het gezag van rechterlijke uitspraken miskend en blijk gegeven van een aanhoudende bereidheid om strafbare feiten te plegen.
De beklaagde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van 2.000 euro. Daarnaast wordt aan de beklaagde een definitief verbod opgelegd om dieren te houden.
- Een eigenares van twee dwerggeitjes in Begijnendijk wordt veroordeeld voor het onthouden van aangepaste verzorging en huisvesting van beide dieren. Op 4 september 2025 kreeg de politie een anonieme melding over een dode geit. De politie ging ter plaatse en stelde vast dat zich op het perceel van de beklaagde twee dwerggeiten bevonden in een grote hondenren, waarvan één dood tegen de omheining lag. De andere geit leefde nog en liep rond in het verblijf. Deze geit oogde mager, had een doffe vacht en lange hoeven. Uit de toestand waarin de geiten werden aangetroffen, leidt de rechtbank af dat zij al geruime tijd verwaarloosd werden.
De rechtbank veroordeelt de eigenares tot een geldboete van 1.600 euro, waarvan de helft met uitstel gedurende een periode van drie jaar.
- Twee beklaagden uit Tervuren zijn veroordeeld omdat ze hun drie honden en één kat niet de nodige medische zorg en aangepaste voeding boden. Op 2 juni 2025 diende de politie bijstand te verlenen aan een notaris in het kader van de verkoop van de woning van de beklaagden in Tervuren. Het adres was bij de politie al gekend wegens eerdere vaststellingen van inbreuken op het dierenwelzijn. In de tuin en in de woning werden drie honden aangetroffen.
De opgevorderde dierenarts stelde vast dat de honden lange nagels hadden, te mager waren en/of een doffe vacht hadden. Volgens de dierenarts hadden alle honden te weinig spiermassa, en bij één hond waren beide oren ontstoken. De aanwezige eet- en drinkbakken waren leeg of stonden buiten het bereik van de dieren. De kennel stond vol onkruid en was ongeschikt als verblijf voor meerdere honden.
In de woning bevond zich ook één kat, die een suffe en apathische indruk gaf. De kat was zeer mager en leek ziek, al was er wel voldoende voedsel aanwezig voor de kat.
Beide beklaagden worden veroordeeld tot een geldboete van 1.600 euro en krijgen een verbod om gedurende vijf jaar dieren te houden.
- Een beklaagde uit Tervuren is veroordeeld, omdat ze haar 7 honden niet de vereiste huisvesting en zorg heeft geboden. Uit het strafdossier blijkt dat sinds 2023 meermaals klachten van buurtbewoners bij de politie binnenkwamen over de honden van de beklaagde te Tervuren. Tijdens een controle op 4 juni 2025 stelde de politie vast dat de situatie niet verbeterd was. In de woning waren zeven honden aanwezig die zich zeer wild en zenuwachtig gedroegen. Tijdens de controle begonnen de honden meermaals met elkaar te vechten, waarna de beklaagde tussenbeide kwam met een zweep. Alle honden vertoonden recente kwetsuren en littekens. De woning en de tuin lagen er verwaarloosd bij. De beklaagde gaf bovendien aan niet met de honden te gaan wandelen, waardoor deze zich wild en zenuwachtig gedroegen.
Op 6 juni 2025 werden de zes jongste honden van de beklaagde in beslag genomen. Een andere puppy, die door de beklaagde bij een derde was ondergebracht, werd eveneens in beslag genomen.
De problemen vloeiden volgens de rechtbank hoofdzakelijk voort uit het feit dat de beklaagde, ondanks herhaalde waarschuwingen van de politie, een te groot aantal honden hield en hen daardoor geen aangepaste huisvesting en zorg kon bieden.
De rechtbank veroordeelt de beklaagde voor de bewezen tenlastelegging tot een geldboete van 1.600 euro. Daarnaast beperkt de rechtbank het aantal honden dat de beklaagde mag houden tot maximaal twee, en dit voor een periode van vijf jaar.
- Twee beklaagden uit Leuven zijn veroordeeld wegens inbreuken op de wetgeving inzake dierenwelzijn (tenlastelegging A), het kweken van katten zonder de vereiste erkenning (tenlastelegging B), het maken van reclame voor de verkoop van jonge katten (tenlastelegging C) en inbreuken op de identificatie-, registratie- en sterilisatieplicht voor katten (tenlastelegging D).
Deze feiten kwamen aan het licht na verschillende meldingen aan de politie dat in het gezin van de beklaagden katten zouden worden gekweekt en te koop aangeboden.
Tijdens een bezoek op 8 november 2024 stelde de politie vast dat zich in een kleine, afgesloten ruimte van het appartement een moederpoes met een nest van vijf jonge kittens bevond. De dieren waren erg mager en verbleven in een veel te kleine ruimte zonder rechtstreeks daglicht, met een overvolle kattenbak. Het beschikbare voer was niet geschikt voor kittens en niet aangepast aan de noden van de zogende moederkat.
Uit verder onderzoek bleek dat de kittens via sociale media te koop werden aangeboden en dat er eerder al twee nesten waren geweest. De dieren waren niet in orde met de verplichtingen inzake registratie en sterilisatie.
De beklaagden hebben katten gekweekt in onaanvaardbare omstandigheden, met de bedoeling deze met aanzienlijke winst te verkopen. Daarbij hebben zij volgens de rechtbank blijk gegeven van nalatigheid ten aanzien van de dieren, waardoor nodeloos dierenleed werd veroorzaakt.
Uit het strafdossier blijkt dat het initiatief tot de feiten hoofdzakelijk uitging van ‘beklaagde 1’, die een beladen strafblad heeft. ‘Beklaagde 2’ heeft nog een blanco strafblad en verleende tijdens het onderzoek volledige medewerking aan de politie.
De rechtbank veroordeelt ‘beklaagde 1’ tot een werkstraf van 75 uur en een geldboete van 1.600 euro. Daarnaast krijgt hij een definitief verbod opgelegd om dieren te houden. ‘Beklaagde 2’ krijgt de gunst van opschorting van de uitspraak voor een periode van drie jaar. Zij mag gedurende vijf jaar geen dieren houden.
- Een beklaagde uit Tervuren is veroordeeld wegens inbreuken op de wetgeving inzake dierenwelzijn (tenlastelegging A) en op de identificatie-, registratie- en sterilisatieplicht voor katten (tenlastelegging B).
De inbreuken werden vastgesteld op 5 november 2024, nadat de politie naar aanleiding van een klacht van een buurtbewoner kennis kreeg van de problematische situatie van drie verwaarloosde katten op het adres van de beklaagde in Tervuren. Volgens de buren leefden de katten al maandenlang buiten en kregen zij van de beklaagde geen voeding of medische verzorging. Uit onderzoek door een dierenarts bleek dat de katten vlooien en/of parasieten hadden. Eén van de katten had bovendien een zichtbaar en ernstig oogletsel. Geen van de dieren was gechipt, gecastreerd of gesteriliseerd.
De rechtbank veroordeelt de beklaagde voor deze feiten tot een geldboete van 1.600 euro en legt haar een verbod op om gedurende vijf jaar dieren te houden.
- Een beklaagde wordt veroordeeld voor het ombrengen van zeven hondenpuppy’s. Uit het strafdossier blijkt dat de feiten plaatsvonden tussen 7 juli en 9 oktober 2024 te Scherpenheuvel-Zichem. Beklaagde baat in zijn woning een hondenpension uit, met een maximale capaciteit van vijf honden. Op 7 juli 2024 ving hij de honden Milo en Noah op voor een verblijf van zo’n drie maanden. Beide dieren behoren toe aan dezelfde eigenaar.
Volgens beklaagde beviel Milo rond 7 september 2024 onverwacht van zeven puppy’s. Omdat de aanwezigheid van het nest tot conflicten leidde tussen Milo en Noah, besloot beklaagde een deel van de puppy’s te doden. Hij verklaarde vijf van de zeven puppy’s te hebben verdronken in een emmer water. Toen de honden bleven ruziën over de twee overblijvende puppy’s, doodde hij ook deze. Op de zitting gaf hij aan dat hij daarbij dezelfde methode gebruikte. Alle puppy’s werden in zijn tuin begraven.
Toen de eigenaar op 9 oktober 2024 zijn honden kwam ophalen, meldde beklaagde spontaan dat Milo was bevallen. Hij uitte zijn ongenoegen en drong aan op sterilisatie indien de honden opnieuw in zijn pension zouden verblijven. Ook tijdens zijn politieverhoor gaf hij onmiddellijk toe dat hij zeven puppy’s had gedood, omdat opvang van een nest voor hem niet werkbaar was in combinatie met meerdere volwassen honden.
De bewezen feiten zijn voor de rechtbank ernstig en bijzonder schokkend. Beklaagde doodde weerloze puppy’s om louter organisatorische redenen, terwijl er duidelijke diervriendelijke alternatieven bestonden. Door de dieren te verdrinken koos hij bovendien voor een uiterst barbaarse methode, die gepaard ging met paniek, ademnood en ernstig lijden. Een valabel alternatief was geweest om de politie of een dierenasiel te contacteren.
Los van de huidige feiten, bevat het strafdossier geen verdere aanwijzingen dat de honden in het pension van beklaagde niet goed gehuisvest, verzorgd of gevoed zouden worden. De rechtbank wijst daarom de vordering tot sluiting van de inrichting als ongegrond af.
Beklaagde heeft nog een blanco strafblad. Ondanks de ernst van de feiten toonde hij op de zitting blijk van groeiend schuldinzicht.
De rechtbank veroordeelt beklaagde tot een werkstraf van 75 uur en een geldboete van 2.000 euro.
De negen vonnissen die vandaag werden uitgesproken, volgen op de vijf vonnissen in andere dossiers die de rechtbank van eerste aanleg Leuven op 10 december 2025 velde wegens inbreuken op de dierenwelzijnswetgeving.