De voorbije weken heeft het hof van beroep Gent uitspraak gedaan in een dertigtal zaken met betrekking tot de grondwettigheid van de tweedeverblijfstaks die door de gemeente Koksijde wordt opgelegd. In elk van deze zaken heeft het hof geoordeeld dat deze tweedeverblijfstaks ongrondwettig is. In onderstaand artikel vindt u een korte motivering van het hof en een link naar één van deze arresten.
Eerder dit jaar heeft het hof van beroep Gent ook uitspraak gedaan in een honderdvijftigtal zaken met betrekking tot de grondwettigheid van de tweedeverblijfstaks die door de gemeente Knokke-Heist wordt opgelegd. Ook daar heeft het hof geoordeeld dat deze tweedeverblijfstaks ongrondwettig is.
Aanleiding: belastingreglement op tweede verblijven
In 2019 keurde de gemeente Koksijde een belastingreglement goed op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025. Diverse eigenaars van een tweede verblijf stelden dat deze aanslag onwettig was wegens schending van het gelijkheidsbeginsel. De gemeente Koksijde betwist dit en volhardt in haar stelling dat het belastingreglement van 16 december 2019 op tweede verblijven het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel respecteert.
Beoordeling hof van beroep Gent
Bij de beoordeling hield het hof van beroep Gent onder andere rekening met volgende elementen:
-
Niettegenstaande een gemeente handelt binnen het kader van haar fiscale autonomie bij het opstellen van een belastingreglement, moet elk gemeentelijk belastingreglement de grondwettelijke regels inzake de gelijkheid van de Belgen en de niet-discriminatie eerbiedigen.
Het gelijkheidsbeginsel is een universeel begrip dat uitgewerkt wordt in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Deze artikelen verbieden elke discriminatie, ongeacht de oorsprong ervan, en zijn eveneens toepasselijk in fiscale aangelegenheden.
-
Waar de financiële toestand van de gemeente de invoering van een belasting rechtvaardigt, rechtvaardigt de financiële toestand op zich niet dat deze belasting enkel wordt gevestigd op eigenaars (of houders van zakelijke rechten) van tweede verblijven, met uitsluiting van een andere groep, of dat er ten laste van eigenaars (of houders van zakelijke rechten) van tweede verblijven in vergelijking met een andere groep een kennelijk onredelijk hogere belasting wordt geheven.
De gemeente Koksijde voerde naar eigen zeggen de belasting op tweede verblijven in om het residentieel wonen in de gemeente te beschermen, de permanente bewoning te verhogen en meer inwoners aan te trekken. Hoewel een gemeente bevoegd is om op haar grondgebied maatregelen te nemen ter bescherming van het residentieel wonen en ter bevordering van de permanente bewoning, kan de gemeente Koksijde op geen enkele objectieve wijze aantonen of redelijk aanneembaar maken dat de ingevoerde belasting op tweede verblijven deze doelstelling beoogt.
-
In het meerjarenplan 2020-2025, dat op dezelfde datum als het belastingreglement werd goedgekeurd, is geen enkele concrete doelstelling ontwikkeld die het aanhouden van tweede verblijven ontmoedigt teneinde het residentieel wonen binnen de gemeente te beschermen. Bovendien beoogt het beleidsplan het verhogen van de aantrekkingskracht van de gemeente zowel ten aanzien van de eigen inwoners als ten aanzien van toeristen, waaronder tweede verblijvers. De verantwoording van de gemeente Koksijde voor het opleggen van een belasting enkel aan tweede verblijvers is bijgevolg niet voldoende pertinent, ernstig en draagkrachtig.
-
De tweedeverblijfstaks dient als belangrijke bron van fiscale inkomsten om (een groot deel van) de kosten voor de algemene gemeentelijke voorzieningen te dekken. Zoals reeds meermaals geoordeeld, moeten zowel vaste inwoners als tweede verblijvers in redelijkheid geacht worden van deze gemeentelijke voorzieningen te genieten. Er bestaat derhalve geen redelijke grond om deze algemene kosten uitsluitend ten laste van de eigenaars van tweede verblijven te leggen.
- De stelling van de gemeente dat de tweede verblijvers niet bijdragen tot de algemene gemeentebelasting die enkel de inwoners treft, is juridisch juist, maar in de feiten foutief. De tweede verblijvers betalen de algemene gemeentebelasting immers indirect via een (in bedrag identieke) tariefverhoging van de tweede verblijfstaks. Zij zijn dus wel onderworpen aan een gelijkaardige belasting als de algemene gemeentebelasting waaraan de inwoners onderworpen worden.
In onderstaand PDF-document kan u een van deze arresten van het hof nalezen.