23/03/2026

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft een ex-stiefmoeder schuldig verklaard aan onmenselijke behandeling met verzwarende omstandigheden, valsheid in geschriften en valsheid in informatica. Jarenlang had zij via het vervalsen van briefjes (onder meer met ernstige bedreigingen) en sabotagedaden onterecht doen uitschijnen dat haar twee toenmalige stiefzonen schuldig waren aan diverse feiten van bedreiging en vandalisme. De ex-stiefmoeder moet schadevergoedingen betalen aan de beide jongens, hun ouders en hun grootvader.

Feiten
Na de scheiding van hun ouders begon de moeder van de twee jongens (op dat moment 11 en 9 jaar oud) een nieuwe relatie met een vrouw. Na enige tijd doken er regelmatig beledigende en bedreigende briefjes op die in naam en op basis van het handschrift leken te zijn geschreven door de beide jongens. Er werden ook verschillende zaken beschadigd. De jongens werden hardhandig aangepakt en buitensporig gestraft omdat zij (terecht) niet wilden erkennen dat de beschadigingen en brieven hun werk waren. Het ging zover dat beide jongens zelfs in diverse instellingen werden opgenomen. Alle feiten speelden zich af tussen 2010 en 2014. Toen de moeder uiteindelijk de waarheid ontdekte (met name dat haar vrouwelijke partner deze briefjes had geschreven en zelf de schade had veroorzaakt) verbrak zij de relatie. De vaderlijke grootvader had ondanks alles altijd in de onschuld van de beide jongens blijven geloven.

Ex-stiefmoeder schuldig aan onmenselijke behandeling met verzwarende omstandigheden, valsheid in geschriften en valsheid in informatica
Het is voor de rechtbank bewezen dat de ex-stiefmoeder zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschriften. Concreet schreef ze een hele reeks briefjes en beledigende en bedreigende brieven, in naam van de twee jonge zoontjes van haar partner. Dit deed ze door het handschrift en de namen van beide jongens na te bootsen. De gevolgen van deze jarenlange vervalsingen en sabotagedaden door de ex-stiefmoeder (die volkomen ten onrechte aan de beide jongens werden toegeschreven) waren ronduit verwoestend voor het verdere verloop van hun jeugd en voor de banden met hun ouders. Voor de rechtbank is de tenlastelegging ‘onmenselijke behandeling met verzwarende omstandigheden’ dan ook bewezen in haar hoofde.

Ook de tenlastelegging ‘valsheid in informatica en gebruik ervan’ werd door de rechtbank bewezen geacht. Zo wiste de ex-stiefmoeder bepaalde e-mails uit het account van haar ex-partner, waartoe ze na de feitelijke scheiding nog toegang had. Ze paste ook bepaalde e-mails in haar voordeel aan.

Strafmaat - overschrijding van de redelijke termijn
Bij het bepalen van de strafmaat voor de ex-stiefmoeder zag de rechtbank zich onvermijdelijk geconfronteerd met de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde immers vast dat het tijdsverloop sinds de eerste huiszoeking bij de ex-stiefmoeder (30 oktober 2014) tot de huidige beslissing onredelijk lang is. Noch de complexiteit en de omvang van de zaak kunnen deze lange termijn op enigerlei wijze verantwoorden. Hierdoor is de redelijke termijn in de zin van art. 6 EVRM geschonden. De ex-stiefmoeder treft geen verwijt voor deze overschrijding en de bijzondere omvang de termijn (méér dan tien jaar). Als gevolg hiervan heeft de rechtbank de in dat geval bij de wet voorziene eenvoudige schuldigverklaring uitgesproken.

Ouders en nieuwe partner van vader vrijgesproken
De ouders van de beide jongens en de nieuwe partner van hun vader werden beschuldigd van onmenselijke behandeling en opzettelijke slagen, telkens met verzwarende omstandigheden. Beide ouders verklaarden dat zij er jarenlang van overtuigd waren dat hun kinderen de bewuste feiten hadden gepleegd. Toen zij nadien de waarheid ontdekten, voelden zij zich enorm schuldig. Uit diverse processen-verbaal bleek dat ook de politie, minstens gedeeltelijk, meeging in het verhaal dat de kinderen de feiten pleegden en zelfs het openbaar ministerie twijfelde kennelijk ook nog in 2019. In deze specifieke en uitzonderlijke omstandigheden, waarin nagenoeg iedereen geloofde dat beide jongens de hen toegeschreven feiten ook zelf effectief hadden gepleegd, kunnen de beklaagden moeilijk verweten worden dat zij dit geloof ook deelden (althans met de kennis die zij toen hadden). In dezelfde specifieke omstandigheden lijken de bestraffende en tuchtigende handelingen die zij jegens de beide jongens stelden, ook al waren die mogelijks buitensporig, kennelijk ingegeven door de loutere en oprechte intentie de feiten te doen stoppen en ernstiger feiten waarmee concreet werd gedreigd (brandstichting en levensdelicten), te voorkomen. De situatie was een putatieve noodtoestand, namelijk een situatie waarin iemand ten onrecht aanneemt een delictstypische gedraging te moeten stellen om een rechtsgoed met een hogere waarde te beschermen. Deze situatie sluit de schuld van de ouders en nieuwe partner van de vader voor de door hen gepleegde feiten uit. Zij worden vrijgesproken.

Burgerlijke belangen
Aan elke ouder van beide jongens moet de ex-stiefmoeder een morele schadevergoeding van 5.000 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1 020,35 euro betalen. Een zelfde bedrag moet ook aan de vaderlijke grootvader van de jongens betaald worden.
De ex-stiefmoeder moet aan de beide jongens een provisionele schadevergoeding van 30.000 euro betalen. Er werd door de rechtbank een geneesheer-deskundige aangesteld om de effectieve schade te begroten. De rechtbank hield onder andere rekening met volgende elementen:
• Het staat vast dat de beide jongens ernstige morele schade leden en lijden. Het is in dit verband veelzeggend dat zelfs de verhoorde hulpverleners uit de jeugdzorg de feiten hallucinant vonden en stelden zoiets nooit eerder in hun carrière meegemaakt te hebben.
• Beide jongens werden door de ensceneringen van de ex-stiefmoeder volledig ten onrechte door hun omgeving beschuldigd van allerlei feiten en strafbare gedragingen. Als gevolg van de duur en de intensiteit van de onterechte beschuldigingen, werden zij blootgesteld aan de radeloosheid van hun ouders en vervolgens uit huis geplaatst. Dit leidde op zijn beurt tot het onder druk komen van de gezinsbanden en tot een onnoemelijk psychisch leed in hoofde van de jongens zelf. Vooral op het vlak van emotieregulatie hebben zij nog steeds te kampen met de gevolgen van de feiten in hun dagelijks functioneren, ondanks de therapie die zij in het verleden reeds volgden.