19/10/2026

Het hof van assisen Oost-Vlaanderen heeft een beschuldigde schuldig verklaard aan de ontvoering en doodslag op een kleuter. Hij werd hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 jaar, met een daaropvolgende terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank voor een periode van 15 jaar. Zijn voormalige partner (tweede beschuldigde) werd vrijgesproken voor ontvoering, maar wel schuldig verklaard aan het bezit en de verspreiding van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen. Zij krijgt een probatieopschorting van de uitspraak van de veroordeling met een proeftijd van vijf jaar, mits naleving van diverse voorwaarden.

Feiten

Op 14 januari 2022 werd de 4-jarige kleuter D. ontvoerd door de eerste beschuldigde DDK. De dag erna heeft de eerste beschuldigde dermate zwaar geweld gebruikt op de kleuter, waarna die overleed. Twee dagen later vond de politie – op aanwijzing van de eerste beschuldigde - het lichaam van het jongetje op Neeltje Jans. Zowel DDK als zijn toenmalige partner (tweede beschuldigde RW) werden gearresteerd.

Eerste beschuldigde DDK

De eerste beschuldigde DDK moest zich voor het hof van assisen Oost-Vlaanderen verantwoorden voor:

  • doodslag
  • ontvoering, met de verzwarende omstandigheid dat deze de dood van een minderjarige tot gevolg had
  • verspreiding van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
  • bezit van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen

Het hof van assisen heeft DDK schuldig verklaard aan alle tenlasteleggingen, met uitzondering van het verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen. Hij werd veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf. Daarna blijft hij 15 jaar ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank. Hij wordt ook levenslang ontzet uit zijn burgerrechten.

Een voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling kan ook pas worden toegekend nadat de veroordeelde 25 jaar van de opgelegde straf heeft ondergaan.

Motivering schuld eerste beklaagde DDK

De volksjury hield bij het bepalen van de schuldvragen rekening met verschillende elementen:

  • De artsen-deskundigen getuigden onder eed op de rechtszitting dat kleuter D. is overleden aan de gevolgen van zwaar stomp geweld. Hij liep hierbij een hoofd- en hersenletsel en een buiktrauma op, waarbij een factor van smoring niet kon worden uitgesloten.
  • Eerste beschuldigde DDK heeft op de rechtszitting uitdrukkelijk zijn schuld aan de doodslag op D. erkend. Hij verklaarde dat hij het kind meermaals heeft geslagen met zijn vuisten en dat hij ook mogelijk met voorwerpen heeft geslagen of deze op D. heeft gesmeten.
  • Uit de hoeveelheid van toegebrachte slagen en de kracht waarmee de eerste beschuldigde deze als volwassen man toebracht op het tere kleine lichaampje van het kind, volgt dat hij het oogmerk had om het kind te doden.

  • De eerste beschuldigde handelde razend en impulsief, maar in volle bewustzijn. Dat hij heel veel slagen, tot wel meer dan 80, toebracht en dat het kind pas enige tijd later overleed, is niet in tegenspraak met het impulsieve ogenblikkelijke karakter van de feiten. Op dat moment wilde hij het slachtoffer doden, wat ook gebeurde.

  • De psychiaters en de psychologen getuigden op de zitting dat de eerste beschuldigde toerekeningsvatbaar en schuldbekwaam is, en dit zowel op het ogenblik van de feiten als nu.
  • De eerste beschuldigde heeft D. op 14 januari 2022 ontvoerd, door hem zonder toestemming en met geweld naar Nederland te brengen. Daarvoor was er duidelijk geen toestemming van de grootmoeder of de moeder. Er was enkel toestemming om het kind te houden in het appartement van de eerste beschuldigde en de nabije omgeving. DDK startte de ontvoering niet met het oogmerk om te doden, maar ze resulteerde wel in de dood van D.

  • Het staat vast dat de eerste beschuldigde in het bezit was van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen. Zo blijkt uit zijn berichtenhistoriek dat hij een Telegramgesprek met kinderpornografisch karakter voerde met een derde en hij zich video’s met dergelijke misbruikbeelden liet toezenden. Hij vroeg bij zijn contact naar nog dergelijke foto’s. Het is wel niet aangetoond dat hij dergelijke misbruikbeelden heeft doorgezonden.

Motivering strafmaat eerste beschuldigde DDK

Het hof baseerde zich bij het bepalen van de strafmaat op volgende elementen:

  • Doodslag is een van de ergste misdaden en de wetgever bepaalt hiervoor dan ook de op één na hoogst mogelijke straf. Het is immers een levensdelict. De eerste beschuldigde heeft kleuter D. op een bijzonder gewelddadige, wreedaardige en drieste wijze gedood.
  • DDK veroorzaakte hiermee een onmetelijke menselijke ravage. Hij ontnam een mooi jong kind het leven, dat door heel veel mensen graag werd gezien en gekoesterd. Het is een tragedie dat zijn moeder, echte peetvader en alle andere naasten hem niet kunnen zien opgroeien tot een mooie volwassen mens.

  • Volgens de deskundigen en de eigen uitleg van de eerste beschuldigde volgt dat hij zonder structuur rond zich telkens op grove wijze ontspoort in zijn levenswandel. DDK erkende dit in de loop van het proces. Hij vindt dat hij terecht in de gevangenis zit en geeft aan de structuur van de gevangenis nodig te hebben. Het is duidelijk dat hij zelfs zichzelf niet meer vertrouwt.

  • Het is de tweede maal dat de eerste beschuldigde een onschuldig kind opzettelijk en gewelddadig van het leven berooft. Net meerderjarig pleegde hij al een levensdelict op een tweejarige peuter. Ook dan was er sprake van tomeloze agressie die het kind het leven kostte. Het is ook duidelijk geworden dat DDK evenmin terugdeinst voor partnergeweld. Collega’s van de beschuldigde beschreven zijn ontvlambare en agressieve aard bij frustraties over banale zaken.

  • De bijzondere sociale gevaarlijkheid van de eerste beschuldigde noopt ertoe vooral de bescherming van de samenleving voor hem als doelstelling voor ogen te houden. Binnen het strafrecht kan in deze omstandigheden enkel een langdurige gevangenisstraf zorgen voor de nodige structuur, zonder dewelke DDK, geconfronteerd met ongemak en frustratie, elke controle verliest en in staat is tot gruwelijke feiten.
  • De redelijke termijn in strafzaken ten aanzien van de eerste beschuldigde is niet overschreden. Er is dan ook voor hem geen grond voor rechtsherstel hiervoor.

Tweede beschuldigde RW

De tweede beschuldigde RW moest zich voor het hof van assisen Oost-Vlaanderen verantwoorden voor:

  • ontvoering, met de verzwarende omstandigheid dat deze de dood van een minderjarige tot gevolg had
  • verspreiding van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
  • bezit van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen

Het hof van assisen heeft RW vrijgesproken voor ontvoering, met de verzwarende omstandigheid dat deze de dood van een minderjarige tot gevolg had. RW werd wel schuldig verklaard aan het bezit en de verspreiding van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen. 

Zij krijgt een probatieopschorting van de uitspraak van de veroordeling met een proeftijd van vijf jaar, mits naleving van diverse voorwaarden (waaronder zich in samenspraak met de probatiecommissie laten begeleiden met betrekking tot haar alcoholproblematiek, haar relatie, het samenwonen met haar nieuwe partner en de opvoeding van hun gemeenschappelijk kind).

Motivering schuld tweede beklaagde RW

De volksjury hield bij het bepalen van de schuldvragen rekening met verschillende elementen:

  • Er bestaat redelijke twijfel of is aangetoond dat de tweede beschuldigde op de hoogte was van het feit dat de eerste beschuldigde met het kind ronddoolde en uiteindelijk naar Nederland zou rijden.
  • Het staat vast dat de tweede beschuldigde in het bezit was van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen, en dat zij deze beelden heeft doorgestuurd (door vanuit de gsm van de eerste beschuldigde een screenshot te maken en deze door te zenden naar haar eigen gsm). Dat zij dit deed om DDK hiermee te confronteren en zij geen seksuele bedoelingen had, is zonder relevantie voor de vaststelling van haar schuld.

Motivering strafmaat tweede beschuldigde RW

Het hof baseerde zich bij het bepalen van de strafmaat op volgende elementen:

  • De tweede beschuldigde had er geen oog voor dat het bezit en verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen het produceren hiervan in stand houdt. Evenmin schonk zij er aandacht aan dat achter elk misbruikbeeld ook een seksueel misbruikte minderjarige schuilt.

  • Het gunstig strafregister en de goede houding van de tweede beschuldigde in de gevangenis. Zij toont zich ook bereid tot therapie.
  • De overschrijding van de redelijke termijn. Er mag voor RW immers geen rekening worden gehouden met de feiten die voor haar niet bewezen zijn.