De correctionele rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde heeft een beklaagde veroordeeld wegens het jarenlang belagen van een advocaat en zijn gezinsleden. Dat de beklaagde ook dreigbrieven en poederbrieven verstuurde, kon niet bewezen worden. De rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een gevangenisstraf van 15 maanden met uitstel voor een periode van 5 jaar. Aan de verschillende burgerlijke partijen moet de beklaagde in totaal een schadevergoeding van 5.000 euro en een rechtsplegingvergoeding van 627,91 euro betalen.
Feiten
Op 8 februari 2018 legde een advocaat klacht met burgerlijke partijstelling neer tegen de beklaagde wegens belaging. In de klacht maakte hij gewag van beschadigingen aan zijn voertuig(en), het gooien van met nagels doorboorde appels in een weide met zijn paarden, verkeersonveilig gedrag in zijn buurt (bumperkleven, claxonneren, doen opschrikken van paard en ruiter,...), het schrijven van diverse smaadbrieven, het versturen van meerdere brieven met wit poeder of een brief met een rouwkaartje en een namaakkogel,… Ook een verkiezingsaffiche van de zus van de advocaat werd gevandaliseerd, met een handgeschreven tekst waarin de advocaat werd geviseerd.
In de daaropvolgende jaren verspreidde de beklaagde ook documenten waarbij hij de advocaat in een slecht daglicht probeerde te plaatsen. Deze documenten werden bezorgd aan politici, klanten van de advocaat, kennissen in Wichelen en omstreken en de Heemkundige kring Schellebelle.
Op 6 oktober 2020 bood de advocaat zich aan bij het sociaal huis van Wichelen. Op zijn adres kwam een brief met poeder aan, geadresseerd aan zijn dochter, met een kaartje met als opschrift “met oprechte deelneming”. Hoewel uit de analyse bleek dat het poeder geen gevaar opleverde voor de volksgezondheid moest het sociaal huis geëvacueerd worden. Op 7 oktober 2020 kwam op het adres van een gemeenschappelijk gezondheidscentrum in Wichelen eveneens een brief met wit poeder toe, bestemd voor een andere dochter van de advocaat (als voormalig werkneemster van het centrum).
Op 8 december 2020 bood de advocaat zich aan bij de politie om te melden dat de linker achterband van zijn voertuig was lek gestoken. Op 11 mei 2021 werd zijn voertuig door de beklaagde besmeurd met gele verf. Er waren ook vier bouten aan het linker achterwiel verdwenen, wat kon leiden tot een erg gevaarlijke situatie.
Verklaringen beklaagde
De beklaagde werd op 5 mei 2021 verhoord, maar ontkende alle betrokkenheid. Na zijn voorleiding bij de onderzoeksrechter werd hij vrijgelaten onder voorwaarden, waaronder het naleven van een absoluut contactverbod met de advocaat en zijn familie en het verlenen van zijn volle medewerking aan het psychiatrisch deskundig onderzoek.
Aangevoerde onontvankelijkheid van de strafvordering
Volgens de beklaagde werden zijn rechten van verdediging alsook zijn recht op een eerlijk proces (zoals voorzien in art. 6 EVRM) geschonden, waardoor de strafvordering onontvankelijk zou zijn. De beklaagde wees hierbij op het feit dat het onderzoek werd gevoerd door politie-inspecteurs die bevriend zijn met de advocaat. Daarnaast was de beklaagde van oordeel dat de advocaat zich rechtstreeks mengde in het onderzoek en de manier waarop het moest worden gevoerd. Tot slot wierp de beklaagde op dat het geheim van het onderzoek zou zijn geschonden, omdat er in de pers artikels over de zaak waren verschenen (waarin de advocaat ook met naam en toenaam werd genoemd).
De rechtbank oordeelde dat de beklaagde geen enkele van zijn beweringen aannemelijk maakte. Er was volgens de rechtbank ook geen sprake van een onvolledig en fragmentarisch gevoerd onderzoek. De onontvankelijkheid van de strafvordering was dan ook niet aan de orde.
Tenlasteleggingen
Op basis van de feiten en het onderzoek moest de beklaagde zich voor de correctionele rechtbank verantwoorden voor:
- belaging
- dreiging met biologische of chemische aanslagen
- bedreigingen door gebaren of zinnebeelden met aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld
- vernielen of onbruikbaar maken van rijtuigen, wagons of motorvoertuigen
Beoordeling schuldvraag
Belaging
De rechtbank achtte de feiten afdoende bewezen. De beklaagde heeft de grenzen van het welvoeglijke overtreden. Hij verstoorde ernstig de rust van de advocaat en zijn gezin, én mengde zich in hun persoonlijke levenssfeer.
Dreiging met biologische of chemische aanslagen
De beklaagde ontkende op de zitting dat hij de verschillende poederbrieven heeft verstuurd. De rechtbank kan alleen maar besluiten dat het strafdossier geen objectieve elementen aan het licht bracht die op sluitende wijze aantonen dat de beklaagde de brieven effectief verstuurde en zich dus schuldig maakte aan de tenlasteleggingen. De rechtbank heeft hem bijgevolg vrijgesproken.
Bedreigingen
Deze tenlastelegging verwees naar twee zaken: het doen schrikken van de advocaat en zijn paard op de openbare weg omdat de beklaagde bij het passeren met zijn voertuig luid extra gas gaf, en het versturen van een dreigbrief met twee rouwkaartjes en een namaakkogel.
De rechtbank zag zich geconfronteerd met een woord-tegen-woordsituatie, met geen aanwezige argumenten om meer geloof te hechten aan de verklaring van de ene of de andere partij. Ook de uitlezing van de ANPR-camera’s kon geen sluitend bewijs opleveren. Wat de brief betreft, stelde de rechtbank vast dat er geen schriftonderzoek werd uitgevoerd. Zodoende lag er geen objectief element voor waaruit met voldoende zekerheid bleek dat de beklaagde deze rouwkaartjes – en de bijhorende nepkogel - zou hebben geschreven en verstuurd.
Vernielen of onbruikbaar maken van rijtuigen, wagons of motorvoertuigen
Op basis van de camerabeelden oordeelde de rechtbank dat de beklaagde een verfbom bij het voorbij rijden uit zijn wagen gooide en zo de wagen van de advocaat onbruikbaar maakte. Het argument van de beklaagde - dat hij fysiek niet in staat was tot het stellen van dergelijke handeling - overtuigde de rechtbank niet. Er was onvoldoende bewijs om later toegebrachte schade aan de achterbanden van het voertuig aan de beklaagde toe te wijzen.
Strafmaat
De rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een gevangenisstraf van 15 maanden met uitstel voor een periode van 5 jaar.
Aan de verschillende burgerlijke partijen moet de beklaagde in totaal een schadevergoeding van 5.000 euro en een rechtsplegingvergoeding van 627,91 euro betalen.
Motivering rechtbank
Bij het bepalen van de strafmaat en de schadevergoedingen aan de burgerlijke partijen hield de rechtbank rekening met volgende elementen:
- De ernst van de feiten, waarbij de beklaagde gedurende meerdere jaren de rust van een advocaat en diens gezin verstoorde. Dit is maatschappelijk onaanvaardbaar, ongeacht wat de aanleiding hiertoe was. Het kan niet worden getolereerd dat emoties uitmonden in persoonlijke vetes en in een niet-aflatende belaging.
- Het strafrechtelijk verleden van de beklaagde, met twee eerdere correctionele veroordelingen (telkens voor opzettelijke slagen en verwondingen) en drie verkeersinbreuken.
- De impact van de feiten op de advocaat en zijn gezinsleden.