De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft in hoger beroep een beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, waarvan twee jaar effectief en drie jaar met probatie-uitstel voor een termijn van vier jaar. Aan dit probatie-uitstel zijn enkele strikte voorwaarden verbonden. De man moet ook een geldboete van 8.000 euro betalen en kreeg een levenslang verval van het recht tot sturen opgelegd.
Feiten
De beklaagde veroorzaakte op 11 augustus 2024 een dodelijk verkeersongeval toen hij op de E403 ter hoogte van Ruddervoorde achteraan inreed op een ander voertuig. De man stuurde in staat van hoge strafbare alcoholopname en in staat van dronkenschap. Hij reed bij de botsing 212 kilometer per uur, dit is de maximumsnelheid van het voertuig. Tijdens het rijden nam hij foto’s van zijn dashboard, dit zowel op 430 meter als op 125 meter voor de botsing. De drie inzittenden van het aangereden voertuig (twee volwassenen en hun achtjarige dochter) stierven.
Veroordeling in eerste aanleg door politierechtbank West-Vlaanderen
De politierechtbank veroordeelde de beklaagde in eerste aanleg tot een gevangenisstraf van vijf jaar, waarvan één jaar effectief en vier jaar met probatie-uitstel voor een termijn van vijf jaar. De man werd ook veroordeeld tot een geldboete van 8.000 euro en werd een levenslang verval van het recht tot sturen opgelegd.
Vonnis in hoger beroep door rechtbank van eerste aanleg
Het openbaar ministerie ging tegen de strafmaat in beroep. Het openbaar ministerie vorderde dat een groter deel van de gevangenisstraf effectief zou opgelegd worden (namelijk drie jaar in plaats van een jaar).
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, waarvan twee jaar effectief en drie jaar met probatie-uitstel voor een termijn van vier jaar. De voorwaarden, de geldboete van 8.000 euro en het levenslange verval van het recht op sturen blijven behouden. Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:
- Bij de bepaling van de straf en de strafmaat streeft de rechtbank de doelen na die omschreven zijn in artikel 7, §2 van het Strafwetboek (de zogenaamde Noodwet) en de rechtbank zoekt naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen misdrijf en straf, waarbij evenzeer eventuele ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving in overweging worden genomen. Het eerste strafdoel bestaat erin om uiting te geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet. Het tweede vermelde doel is het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade. De derde doelstelling is het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader. De vierde en laatste doelstelling is de bescherming van de maatschappij.
- De vergelding, waarbij leedtoevoeging essentieel is voor de straf, staat niet in het lijstje van na te streven doelstellingen. Dit is een bewuste keuze van de wetgever. Bovendien is het louter nastreven van leedtoevoeging met een straf niet van aard enig herstel te bieden: het leed van het slachtoffer wordt er niet mee weggenomen en noch de dader noch de samenleving komt door het louter nastreven van vergelding tot geheel, of gedeeltelijk herstel.
- Het betreft een uitzonderlijk tragisch verkeersongeval, aangezien het jonge gezin, onder wie de achtjarige dochter, door de zware impact van de kop-staart aanrijding eensklaps van het leven beroofd werd en hun naasten dienen verder te leven met dit plots, onbeschrijflijk verlies. De slachtoffers hadden in het botsingspunt geen schijn van kans en ze werden op slag gedood, dit terwijl betrokkenen gewoon hun weg vervolgden langs de rechterrijstrook van de autosnelweg, aan een matige snelheid en bij gunstige omstandigheden naar plaats- en weersgesteldheid. Het plots wegvallen van dit gezin maakt niet alleen aan hun leven een bruusk einde, maar het brengt ook voor hun families onnoemelijk veel leed met zich mee.
- De beklaagde reed niet alleen op een volkomen onverantwoorde wijze, aan een extreem hoge moordende snelheid en gebruik makend van zijn gsm, maar bovendien bevond hij zich in staat van hoge strafbare alcoholintoxicatie én in staat van dronkenschap.
- De man heeft 14 veroordelingen op zijn strafblad over wegverkeer waaruit hij niet de juiste lering getrokken heeft. De man stond geseind voor het betekenen van drie vonnissen met elk een verval van het recht tot sturen.
- Gemeenschapsgerichte straffen, zoals de werkstraf, de autonome probatiestraf en het elektronisch toezicht als autonome straf, vormen geen valabele alternatieven voor de beteugeling van de voorliggende, uitermate zwaarwichtige en tragische feiten.
- Beklaagde werd op 12 augustus 2024 door de onderzoeksrechter onder aanhoudingsmandaat geplaatst. Beklaagde staat sinds 10 januari 2025 onder voorwaarden. Uit het evolutieverslag van 13 januari 2026 van het justitiehuis blijkt dat beklaagde een positieve evolutie doormaakte waarbij hij steeds meer verantwoordelijkheid nam. De VOV-begeleiding kende aldus een gunstig verloop. De beklaagde nam ook initiatief met het oog op de vergoeding van de burgerlijke partijen.
- De rechtbank houdt ook rekening met de huidige detentie-omstandigheden in België, waarbij er geen week voorbijgaat zonder dat de toestand in de media aangeklaagd wordt.
- Volgens het verslag van forensisch psychiater is het risico op recidive laag. Het onderzoek van een verkeerspsycholoog toonde aan dat er geen afhankelijkheid is van alcohol bij beklaagde.
Informatief: over de maximum hoofdstraf
De persrechter geeft informatief mee dat de wettelijke voorziene maximum hoofdstraf volgens de van toepassing zijnde wet vijf jaar gevangenisstraf is. De maximum gevangenisstraf volgens het nieuw verkeersstrafrecht is voor verzwaarde onopzettelijke doding in het verkeer tien jaar gevangenisstraf. Verzwaarde doding in het verkeer is er bijvoorbeeld bij gsm-gebruik of dronkenschap.