03/11/2026

De correctionele rechtbank van Dendermonde heeft twee mannen veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met probatie-uitstel voor een periode van vijf jaar wegens het aanleveren van heroïne en speed. Tijdens hun gezamenlijke gebruik overleed een derde man aan de gevolgen van een combinatie van heroïne, alcohol en bromazepam. Aan dit probatie-uitstel werd onder andere de strikte voorwaarde verbonden dat beide beklaagden een doorgedreven residentiële behandeling moeten volgen voor hun jarenlange drugsverslaving. Beide beklaagden werden vrijgesproken voor onopzettelijke doding en schuldig hulpverzuim.

Feiten

Op 13 maart 2025 stelden politie en hulpdiensten het overlijden vast van een man in een woning in Vrasene, waar attributen van verdovende middelen werden aangetroffen. Naast de overleden man bevonden de eerste beklaagde, de tweede beklaagde (eigenaar van de woning) en de vriendin van het slachtoffer zich in de woning.

Op basis van een uitwendige schouwing en het toxicologisch onderzoek bleek dat het slachtoffer overleed als gevolg van een intoxicatie van verdovende middelen, in het bijzonder van heroïne, alcohol en bromazepam. De combinatie van bromazepam met alcohol of opioïden kan immers leiden tot gevaarlijke ademhalingsproblemen, diepe sedatie of coma.

Uit toxicologisch onderzoek bleek dat de eerste en tweede beklaagde tijdens de feiten onder invloed waren van amfetamine en benzodiazepines. De tweede beklaagde was bijkomend onder invloed van THC (cannabis). 

Tenlasteleggingen

Beide beklaagden moesten zich voor de rechtbank verantwoorden voor:

  • te koop aanbieden, afleveren of leveren van middelen zonder vergunning (met name speed en heroïne) * 
  • onopzettelijke doding
  • schuldig hulpverzuim

De tweede beklaagde moest zich bijkomend verantwoorden voor het vergemakkelijken van of het aanzetten tot het gebruik van verdovende middelen of psychotrope stoffen *

* met de verzwarende omstandigheid dat het gebruik ervan de dood heeft veroorzaakt van het slachtoffer.

Beoordeling rechtbank

De eerste beklaagde gaf op de zitting toe dat hij heroïne had geleverd aan het slachtoffer. Hij werd wel vrijgesproken voor het afleveren van speed aan het slachtoffer.

Het staat voor de rechtbank vast dat de tweede beklaagde speed afleverde aan het slachtoffer en de eerste beklaagde. De verklaringen van de tweede beklaagde – dat hij zelf geen drugs gebruikte en ook geen drugs had voorzien – is volstrekt ongeloofwaardig. 

Het staat voor de rechtbank tevens vast dat de tweede beklaagde het gebruik van verdovende middelen door het slachtoffer vergemakkelijkte of hem daartoe aanzette. Zo voorzag hij het slachtoffer van speed en medicatie, en stelde hij zijn woning ter beschikking zodat het slachtoffer er verdovende middelen kon gebruiken. De tweede beklaagde werd wel vrijgesproken voor het afleveren van heroïne. 

Omdat de bovenstaande misdrijven hebben bijgedragen tot het overlijden van het slachtoffer, is ook de verzwarende omstandigheid bewezen.

Beoordeling onopzettelijke doding

Beide beklaagden werden vrijgesproken voor onopzettelijke doding. Het afleveren van de verdovende middelen en het faciliteren van hun gebruik zijn opzettelijke handelingen. Zij kunnen niet worden beschouwd als een onopzettelijke fout die een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid inhoudt. 

Beoordeling schuldig hulpverzuim

Uit het strafdossier blijkt dat beide beklaagden het slachtoffer op de zetel hadden gelegd, nadat hij daaruit was gevallen. De rechtbank stelt vast dat het voor de beklaagden niet als abnormaal voorkwam dat het slachtoffer in slaap viel na gebruik van medicatie en drugs. Zij konden dus geenszins vermoeden dat er effectief sprake was van een groot gevaar.

Toen beide beklaagden pas later merkten dat het slachtoffer mogelijks in groot gevaar verkeerde (ze konden hem niet meer wakker krijgen), werden kort daarna de hulpdiensten verwittigd én werd de reanimatie opgestart.

Voor de rechtbank staat het dus niet met zekerheid vast dat beide beklaagden verzuimden hulp te verlenen aan een persoon die in groot gevaar verkeerde. Beide beklaagden werden hiervoor vrijgesproken. 

Strafmaat

Beide beklaagden werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met probatie-uitstel voor een periode van vijf jaar. 

Aan dit probatie-uitstel werd onder andere de strikte voorwaarde verbonden dat beide beklaagden een doorgedreven residentiële behandeling moeten volgen voor hun jarenlange drugsverslaving. 

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:

  • De ernst van de feiten. Het verspreiden van drugs en het gebruik ervan faciliteren houden de drugproblematiek in stand en wakkeren deze verder aan. Druggebruik brengt bovendien ernstige schade toe aan de fysieke en psychische gezondheid van de gebruikers. Beide beklaagden dienen te beseffen dat zij mee verantwoordelijk zijn voor de dood van hun vriend.

  • Het strafrechtelijke verleden van de beklaagden, en het feit dat zij in aanloop naar de rechtszitting hun opgelegde voorwaarden hebben geschonden. Zo bevond de eerste beklaagde zich op 26 februari 2026 in een woning waar diverse elementen van druggebruik  werden aangetroffen. Bovendien was hij duidelijk onder invloed. 

  • De bereidheid van beide beklaagden om zich verder te laten behandelen voor hun drugsproblematiek. 

Burgerlijke belangen

Volgens de rechtbank was het overlijden van het slachtoffer een gevolg van het feit dat hij zelf vrijwillig verschillende middelen (heroïne, alcohol en bromazepam) op eenzelfde avond innam. Anderzijds werden deze middelen hem aangeleverd door beide beklaagden. 

De rechtbank hanteert daarom een verdeelsleutel: 70% van de schade komt ten laste van het slachtoffer, en beide beklaagden zijn samen gehouden tot 30% van de schade.

Als gevolg hiervan moeten beide beklaagden in solidum aan de diverse burgerlijke partijen een totale schadevergoeding van 16.989,40 euro en een totale rechtsplegingvergoeding van 981,09 euro betalen.