De aanpak van spookbedrijven gebeurt best op nationaal niveau. Er is nood aan een versterkte samenwerking tussen administraties, het parket en de rechtbanken, over de grenzen van de gerechtelijke entiteiten heen. Dit moet dan leiden tot een betere en vooral snellere informatie-uitwisseling.”
Zo luidt het in koor bij Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven) en Frank Taildeman (NORB, Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel). Een dubbelgesprek.

Van links naar rechts: Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven) en Frank Taildeman (NORB)
Spookbedrijven vormen een groeiend en hardnekkig probleem in ons land. Achter ogenschijnlijk gewone vennootschappen gaan vaak lege structuren schuil die worden misbruikt voor criminele activiteiten. Volgens financieel dienstverlener Graydon gaat het om zo’n 400.000 bedrijven. Dat betekent dat ongeveer 22 procent van de ondernemingen in België als spookbedrijf kan worden beschouwd. De ondernemingsrechtbanken worden dan ook haast dagelijks met deze dossiers geconfronteerd.
Om de problematiek te duiden, gingen we in gesprek met twee kenners van het terrein: Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven) en Frank Taildeman (Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel - NORB). Als RIO (rechter in ondernemingszaken) kennen zij deze problematiek door en door.
Waarom vormen spookbedrijven vandaag zo’n groot probleem?
Frank Taildeman (NORB): “Spookbedrijven zijn een geliefd instrument van de georganiseerde misdaad. Ze dienen als dekmantel voor illegale activiteiten zoals drugshandel of de financiering van terrorisme. Criminelen spreiden bewust hun risico’s door massaal nieuwe vennootschappen op te richten of door bestaande op te kopen. Wordt één constructie ontmanteld, dan staan er meteen tientallen andere klaar. Het is een strategie van divide et impera, verdeel en heers.”
Criminelen spreiden bewust hun risico’s. Wordt één spookbedrijf ontmanteld, dan staan er meteen tientallen andere klaar. Het is een strategie van verdeel en heers.” Frank Taildeman
“Het probleem is dat Justitie niet over voldoende capaciteit beschikt om dat hoge tempo bij te benen. Het voelt als een ongelijke strijd: criminele organisaties beschikken over een eindeloze stroom spookbedrijven, terwijl Justitie moet inzetten op opsporing en ontbinding. Op dit moment lijkt hun arsenaal groter dan het onze.”
“Slapende vennootschappen zijn bovendien aantrekkelijk voor malafide ondernemers omdat ze dan geen oprichtersaansprakelijkheid oplopen. Die aansprakelijkheid maakt oprichters (niet de in dit geval malafide overnemers) persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van een vennootschap die binnen drie jaar failliet gaat. Interessant voor wie slechte bedoelingen heeft.”
Het voelt als een ongelijke strijd: criminele organisaties beschikken over een eindeloze stroom spookbedrijven, terwijl Justitie moet inzetten op opsporing en ontbinding. Op dit moment lijkt hun arsenaal groter dan het onze.” Frank Taildeman
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “De oprichting van vennootschappen is de voorbije jaren steeds sneller en eenvoudiger geworden, onder meer dankzij de digitalisering. Dat is op zich een positieve evolutie voor het ondernemerschap, maar ze creëert tegelijk extra mogelijkheden voor misbruik, zoals blijkt uit de problematiek van spookbedrijven.”
“Dergelijke spookbedrijven worden in de praktijk vaak geleid door stromannen: kwetsbare personen, zoals mensen met schulden. De echte daders blijven buiten beeld en schuiven iemand zonder middelen naar voren, die vervolgens van de rechtbank een lichte straf krijgt of eenvoudigweg niet kan betalen. Intussen richt de werkelijke initiatiefnemer snel een nieuwe vennootschap op, uiteraard opnieuw via een stroman.”
“De situaties zijn soms schrijnend. Zo vroeg een Afghaanse man me na een zitting expliciet om in de gevangenis opgesloten te mogen worden, omdat hij geen huisvesting had en niet in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien.”
Frank Taildeman (NORB): “Een dergelijk verhaal verbaast me niet. Ik werd zelf ooit geconfronteerd met een (weliswaar goedgelovige) man die een merkauto had gekocht voor een spreekwoordelijke appel en een ei. Zonder het te beseffen had hij de vennootschap waar deze auto in zat overgenomen en was hij plots aandeelhouder en bestuurder van een slapende vennootschap. Toen alles aan het licht kwam was de ‘verkoper’ van de radar verdwenen. Met dergelijke transacties wordt misbruik gemaakt van de goedgelovigheid en onkunde van mensen.”
Welke criteria hanteert de ondernemingsrechtbank zelf om een vennootschap als een spookbedrijf te beschouwen?
Frank Taildeman (NORB): “Hoewel de term spookbedrijf vaak in het nieuws opduikt, bestaat er geen sluitende definitie. Bij de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel maken we in de praktijk een onderscheid tussen drie types vennootschappen: spookbedrijven, zombiebedrijven en slapende vennootschappen.”
“Ten eerste zijn er de echte spookbedrijven: malafide vennootschappen die enkel op papier bestaan en dienen als dekmantel voor criminele activiteiten zoals witwassen, fiscale fraude of oplichting. Deze ‘lege dozen’ vertonen vaak enorme omzetten zonder klanten en overspoelen onze economie.”
“Ten tweede zijn er de zogenaamde zombiebedrijven. Ze zijn verlieslatend én hebben een negatief eigen vermogen, wat betekent dat hun schulden groter zijn dan hun bezittingen. Ze zijn nauwelijks nog levensvatbaar en verstoren de markt.”
“Tot slot zijn er de slapende vennootschappen. Zij hebben geen activiteit meer, vaak omdat de bestuurder of aandeelhouder overleden is. Er is onvoldoende geld om een jaarrekening op te stellen of te publiceren, noch om de kosten van een vrijwillige vereffening te dragen.”
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “We moeten inderdaad een duidelijk onderscheid maken tussen slapende en spookvennootschappen.
Je zou spookbedrijven kunnen omschrijven als slapende vennootschappen die op het slechte pad zijn geraakt.” Willy Timmermans
“Slapende vennootschappen zijn niet altijd frauduleus, maar ze zijn wel zeer fraudegevoelig en worden misbruikt door criminelen. Je zou spookbedrijven kunnen omschrijven als slapende vennootschappen die op het slechte pad zijn geraakt.”
“Je kan een slapende vennootschap vergelijken met het bezit van een oude auto. De eigenaar gebruikt die auto niet meer omdat het voertuig volledig versleten is, maar tegelijk levert hij ook de nummerplaat niet in.”
Welke impact hebben spookbedrijven op het economische en juridische weefsel in ons land?
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “Spookbedrijven veroorzaken enorme schade: ze verstoren het handelsverkeer, misleiden eerlijke ondernemers en kosten de overheid miljoenen aan onbetaalde belastingen en bijdragen. Ze brengen bovendien aanzienlijke risico’s met zich mee, zoals btw‑fraude en carrouselfraude, sociale fraude, witwaspraktijken, fictieve facturatie en schade voor bonafide schuldeisers en ondernemingen.”
“Ze verstoren het economisch verkeer doordat ze de schijn van betrouwbaarheid wekken, terwijl er in werkelijkheid geen solide onderneming achter schuilgaat. Daardoor worden niet alleen individuele schuldeisers getroffen, maar wordt ook het algemene vertrouwen in het economisch systeem ondermijnd.”
Frank Taildeman (NORB): “Spookbedrijven, maar ook zombiebedrijven en slapende vennootschappen, verschuiven inderdaad de lasten naar bonafide ondernemingen.”
“Spookbedrijven opereren in de illegale economie en plegen strafbare feiten. Omdat deze constructies vaak dekmantels zijn voor criminele activiteiten, is vooral de overheid als schuldeiser de dupe, met tastbare gevolgen voor de overheidsfinanciën.”
“Zombiebedrijven verstoren de markt doordat ze met verlies werken en daardoor goedkoper lijken dan concurrenten die wel winst nastreven. Ook klanten lopen risico: wie te goeder trouw bestelt, kan de volgende dag geconfronteerd worden met een onderneming die spoorloos verdwenen is.”
“Slapende vennootschappen hebben op zich geen activiteit, maar vormen wel een potentieel risico. Hun naam en KBO‑nummer kunnen worden misbruikt om er een spookbedrijf van te maken.”
Welke signalen of typische patronen ziet u het vaakst terugkeren in dossiers rond spookbedrijven?
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “Bij de ondernemingsrechtbank Leuven zien we vooral een terugkerend patroon van signalen. Zo wordt de jaarrekening niet neergelegd bij de NBB (Nationale Bank van België), verandert de maatschappelijke zetel regelmatig of blijkt die gevestigd op een postbusadres, en wordt het adres soms zelfs geschrapt in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Daarnaast komt het voor dat ondernemingen niet verschijnen voor de KOIM (kamer voor ondernemingen in moeilijkheden) na oproeping, dat er geen reële maatschappelijke zetel of activiteit aanwezig is, of dat bestuurders onvindbaar zijn of optreden als stromannen. Ook het ontbreken van een boekhouding, een snelle opeenvolging van bestuurders of aandeelhouders, en het systematisch opstapelen van schulden zonder enige reële bedrijfsactiviteit zijn opvallende indicaties.”
“Het gaat daarbij dus niet zozeer om één enkel criterium, maar eerder om een geheel van aanwijzingen waaruit blijkt dat een vennootschap louter als juridische façade fungeert.”
“Het is zoals het Engelse gezegde: If it looks like a duck, walks like a duck and quacks like a duck, then it's a duck.”
Frank Taildeman (NORB): “Het gaat inderdaad om een patroon van indicaties. Een belangrijk alarmsignaal is voor mij de doorhaling van het adres van de vennootschap in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Als uit een politierapport blijkt dat er op een bepaald adres geen economische activiteit plaatsvindt, terwijl de jaarrekening wel een hoge omzet vermeldt, dan neigt dat sterk naar een geval van witwassen.”
Hoe groot schat u de problematiek? Kunnen we er een cijfer op plakken?
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “In het arrondissement Leuven hebben we 76.111 actieve bedrijven, waarvan één op de drie niet in orde is met de tijdige neerlegging van de jaarrekening. Dat zijn uiteraard niet allemaal spookbedrijven, maar het cijfer is zorgwekkend hoog. Je kan het vergelijken met het verkeer op de autosnelweg: stel dat een derde van de auto’s onverzekerd en doelloos rondrijdt, dan stijgt de kans op ernstige ongevallen aanzienlijk. Met dit type vennootschappen is het niet anders.”
“Bovendien verplaatsen dergelijke vennootschappen zich snel tussen gerechtelijke arrondissementen om onder de radar te blijven. Waar we in Leuven eerst een toestroom zagen uit Brussel en Antwerpen, merken we nu dat ze, zodra ze voelen dat ze hier gecontroleerd worden, uitwijken naar Wallonië.”
Frank Taildeman (NORB): “Onze rechtbank spreekt jaarlijks ongeveer 1.665 faillissementen uit. Daarvan zijn er zo’n 1.000 zonder actief, veelal slapende vennootschappen. Dat zijn zeker niet allemaal spookbedrijven, maar helaas behoort een aanzienlijk deel wel tot die categorie.”
“Daarbovenop komen nog de gerechtelijke ontbindingen: dit is een door de ondernemingsrechtbank uitgesproken beëindiging van een vennootschap, bijvoorbeeld wanneer een jaarrekening niet werd neergelegd. Ik schat dat in 90 procent van die ontbindingen geen vereffenaar wordt aangesteld, eenvoudigweg bij gebrek aan actief.”
Welke rol speelt de ondernemingsrechtbank in de aanpak van spookbedrijven?
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “Centraal in onze aanpak staat de ‘Kamer voor Ondernemingen in Moeilijkheden’ (KOIM), die fungeert als de belangrijkste hefboom om het economisch verkeer te beschermen. De KOIM heeft twee kerntaken. Enerzijds spoort zij ondernemingen in moeilijkheden op, met als doel hen te begeleiden naar herstel of, wanneer dat niet langer haalbaar blijkt, naar faillissement of ontbinding. Anderzijds kreeg de KOIM er in 2017 een bijkomende bevoegdheid bij: nagaan of een gerechtelijke ontbindingsprocedure moet worden opgestart tegen rechtspersonen die hun jaarrekening niet neerleggen.”
“De voorbije jaren zette de KOIM Leuven extra in op het opsporen van slapende en spookvennootschappen. Deze entiteiten, die vaak jarenlang inactief blijven, vormen volgens de rechtbank een reëel risico. Ze zijn bijzonder fraudegevoelig en worden geregeld misbruikt door criminelen. Door ze snel en kosteloos uit het economisch verkeer te verwijderen, wil de rechtbank voorkomen dat zij schade kunnen aanrichten.”
“De resultaten in Leuven zijn best goed. We halen bijvoorbeeld risicovolle slapende en spookvennootschappen effectief uit het economisch verkeer. Maar we moeten blijven investeren in samenwerking en snelle informatie-uitwisseling. Recent werd tussen onze rechtbank, het parket en de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) afgesproken om een systeem uit te werken waarmee belangrijke informatie aan de griffie van de KOIM kan worden overgemaakt. Dit maakt het mogelijk om nieuwe dossiers te openen met het oog op de ontbinding van slapende en spookvennootschappen.”
Frank Taildeman (NORB): “Binnen de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel komen vooral de KOIM (Kamer voor Ondernemingen in Moeilijkheden) en de Faillissements- en Ontbindingskamer in aanraking met spookbedrijven.”
“Net zoals in Leuven is ook binnen de NORB de rol van de KOIM in de voorbije acht jaar verruimd. Naast haar klassieke opdracht om ondernemingen in moeilijkheden op te sporen, werd haar taak uitgebreid met het initiëren van gerechtelijke ontbindingsprocedures voor ondernemingen die aan de wettelijke voorwaarden voldoen, waaronder dus ook spookbedrijven. De KOIM roept dagelijks dergelijke ondernemingen op.”
“De Faillissements- en Ontbindingskamer spreekt uiteindelijk de faillissementen en gerechtelijke ontbindingen uit, nadat de KOIM eerst de ondernemingen heeft geïdentificeerd die voor een gerechtelijke ontbinding in aanmerking komen. Dit gebeurt telkens nadat de onderneming de kans heeft gekregen om gehoord te worden. Dergelijke ontbindingen zijn dagelijkse kost geworden.”
“Daarnaast ontvangt de ondernemingsrechtbank ook signalen van buitenaf. In Brussel gebeurt dat onder meer via het platform ‘Company Dumping’, dat specifiek werd opgericht om spookbedrijven en malafide constructies aan te pakken. In dit samenwerkingsverband zijn verschillende overheidsdiensten vertegenwoordigd. Wanneer een onderneming als verdacht wordt aangemerkt, voert de bevoegde dienst een onderzoek uit en deelt zij, binnen de grenzen van haar bevoegdheid, relevante informatie met de andere leden van het platform. Soms leidt dat tot een strafrechtelijk onderzoek. In de laatste fase van deze keten wordt het dossier overgemaakt aan de KOIM, die vervolgens beslist of al dan niet een ontbindingsprocedure wordt opgestart.”
Welke rode vlaggen kunnen burgers of ondernemers zelf herkennen wanneer ze mogelijk met een spookbedrijf te maken hebben?
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “De burger is eigenlijk zijn eigen eerste verdedigingslinie. En het mooie is: de belangrijkste tools zijn volledig gratis en voor iedereen toegankelijk. Met een paar eenvoudige stappen kan je al heel wat risico’s uitsluiten.
Eerst en vooral: check de KBO. Op de website van de Kruispuntbank van Ondernemingen kan iedereen controleren of het adres bestaat en of de activiteit overeenstemt met wat beweerd wordt.
De burger is eigenlijk zijn eigen eerste verdedigingslinie. Met een paar eenvoudige stappen kan je al heel wat risico’s uitsluiten.” Willy Timmermans
Daarnaast heb je de website van de Balanscentrale van de Nationale Bank van België. Als een onderneming al jaren geen jaarrekening neerlegt, dan is dat een enorme rode vlag.
Ook de bestuurders even ‘googelen’ kan veel duidelijk maken. Wanneer een zaakvoerder gelinkt wordt aan eerdere faillissementen of negatieve berichtgeving, dan weet je dat je extra voorzichtig moet zijn.
Wees bovendien op je hoede bij cashbetalingen. Als een aannemer of handelaar uitsluitend contant geld wil en geen factuur aanbiedt, dan is de kans groot dat je te maken hebt met een schijnzelfstandige of een frauduleuze constructie.
En tot slot is er de ‘te-mooi-om-waar-te-zijn’-test. Een offerte die veertig procent goedkoper is dan alle andere? Daar zit meestal een addertje onder het gras. Je betaalt uiteindelijk toch, maar dan in de vorm van ellende en financieel verlies.”
Frank Taildeman (NORB): “Er zijn ook de tools van de kredietbeoordelaars zoals Companyweb en Graydon. Voor het grote publiek is het wel een betalende dienst. Ze maken een soort momentopname van een onderneming én haar bestuurders. In één oogopslag zie je met welke vennootschappen een bepaalde bestuurder allemaal gelinkt is. En soms schrik je echt: het komt voor dat één enkele bestuurder betrokken blijkt bij twintig verschillende vennootschappen. Dat kan vragen oproepen.”
“Ook de online databank JustBan kan heel interessante informatie opleveren. Dat is een applicatie die toegang geeft tot het Centraal Register van Bestuursverboden. Wanneer je merkt dat een bestuurder een bestuursverbod heeft opgelopen, is dat eveneens een rode vlag. JustBan kent wel enkele beperkingen. Zo weten we bijvoorbeeld niet of een bestuurder in het buitenland een bestuursverbod heeft gekregen, aangezien JustBan enkel betrekking heeft op bestuursverboden die in België zijn uitgesproken.”
Wat zou volgens u de belangrijkste stap vooruit zijn om spookbedrijven structureel terug te dringen?
Frank Taildeman (NORB): “Spookbedrijven moet je op nationaal niveau aanpakken. Dat lukt echt niet meer rechtbank per rechtbank. Wanneer weten we in Brussel wat er gebeurt met een onderneming uit Leuven? Vaak pas wanneer die officieel naar Brussel verhuist, en tegen dan is die onderneming al een hele tijd actief. Het probleem wordt nog acuter wanneer één enkele bestuurder vennootschappen heeft in Antwerpen, Brussel én Leuven. Dan zijn we helemaal vertrokken.”
Geen enkele overheidsdienst kan dit op eigen houtje oplossen. Er is een interdisciplinaire aanpak nodig, zoals bij het Brusselse platform rond ‘company dumping’.” Frank Taildeman
“We moeten beseffen dat geen enkele overheidsdienst dit op eigen houtje kan oplossen. Er is een interdisciplinaire aanpak nodig, zoals bij het Brusselse platform rond company dumping. Maar dan met een echt uitwisselingsplatform voor data, en met een wetgevend kader dat geen obstakels opwerpt maar ons net extra mogelijkheden biedt. De tijd van ieder zijn ‘excelleke’ is achterhaald.”
“Er worden momenteel wel stappen in de juiste richting genomen. Zo liggen er voorstellen op tafel die het mogelijk maken om op basis van de gerechtelijke ontbinding van een vennootschap een bestuursverbod op te leggen. Daarnaast wordt ook de omgekeerde weg bewandeld: een bestuursverbod kan aanleiding geven tot de ontbinding van een vennootschap. Het zijn voorstellen die de goede kant op gaan.”
“Globaal genomen zijn vooral een snellere en betere informatie-uitwisseling cruciaal. Malafide ondernemingen spreiden hun activiteiten vaak over tal van vennootschappen om risico’s te beperken en de opsporing te bemoeilijken. Wanneer de overheid dan niet snel genoeg kan schakelen, wordt het haast onmogelijk om dergelijke praktijken effectief in te dijken. Vandaag rijden we een Formule 1‑race met een speedpedelec.”
Willy Timmermans (ondernemingsrechtbank Leuven): “Een effectieve aanpak vereist inderdaad een betere en snellere informatie-uitwisseling. Spookbedrijven verplaatsen zich razendsnel, dus als overheid moeten we minstens even wendbaar zijn. Daarbij denk ik aan een versterkte samenwerking tussen administraties, het parket en de rechtbanken, over de grenzen van de gerechtelijke entiteiten heen.”
De stock aan slapende vennootschappen moet zo veel mogelijk worden opgeruimd. Ik wil daarom een lans breken om de kosten voor de vrijwillige ontbinding van een microvennootschap betaalbaarder te maken.” Willy Timmermans
“Daarnaast moeten we slapende vennootschappen nog een pak sneller uit het economisch verkeer kunnen verwijderen. De stock aan slapende vennootschappen moet zo veel mogelijk worden opgeruimd. Zoals gezegd zijn ze bijzonder gegeerd bij criminelen, die ze overnemen om hun illegale activiteiten buiten het zicht van de overheid te houden.”
“Bij deze wil ik ook een lans breken om de kosten voor de vrijwillige ontbinding van een microvennootschap betaalbaarder te maken. Wie vandaag zijn vennootschap vrijwillig wil ontbinden, moet zelf opdraaien voor de kosten van notaris, accountant en publicaties. Ondernemers die niets ondernemen, geen jaarrekeningen neerleggen en niet reageren op oproepen, krijgen daarentegen een kosteloze ontbinding opgelegd. Dat voelt bij plichtsgetrouwe ondernemers oneerlijk aan. Het zou daarom het rechtsgevoel versterken als de kosten voor vrijwillige ontbinding en vereffening worden verlaagd.”
“Daarnaast heb ik wel de indruk dat de politiek deze problematiek ernstig neemt. In januari 2026 werd in het parlement nog een wetsvoorstel ingediend dat nieuwe, snellere gronden biedt voor de ontbinding van slapende vennootschappen.”
“In onze globale aanpak moet preventie trouwens minstens even centraal staan als repressie. Alleen zo krijgen we de ‘spoken’ definitief uit onze economie.”