17/03/2026

De burgerlijke rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde heeft de eis tot schadevergoeding van de onderneming OIP tegen vijf pro-Palestijnse actievoerders gegrond verklaard. De rechtbank zal een gerechtsdeskundige-bedrijfsrevisor aanstellen om de exacte omvang de geleden schade te bepalen.

Feiten

De onderneming OIP is actief in de productie van onder andere optische instrumenten en bewapening. Zij maakt door haar aandeelhoudersstructuur deel uit van de Israëlische holding ELBIT, een fabrikant van wapens die ook samenwerkt met het Israëlische leger.

Op 4 maart 2024 protesteerde een groep pro-Palestijnse actievoerders aan de bedrijfsterreinen in Oudenaarde. Ze blokkeerden de toegangspoort, waardoor personeelsleden hun werkplaatsen niet konden bereiken. De actievoerders beklommen het dak, betraden het bedrijfsterrein en ketenden zich onder andere vast aan de inkomhekken.

Volgens OIP heeft leed het bedrijf economische schade door deze actie. Het startte een burgerlijke procedure op tegen zeven actievoerders en eiste een schadevergoeding van 65.162,20 euro.

Beoordeling vordering

De rechtbank beoordeelde de vordering van OIP (de eisende partij), net als de vraag van de actievoerders (verweerders) tot de annulering hiervan. De rechtbank hield hierbij onder andere rekening met volgende elementen:

  • Het geschil tussen OIP en de actievoerders oordeelt niet over het al dan niet bestaan van een ‘volkerenmoord’ of ‘oorlogsmisdaden’ en wie hieraan al dan niet bijdraagt. De rechtbank neemt dan ook geen standpunten in wat betreft de inhoud van (geo)politieke geschillen.

  • De verweerders verwijzen naar een (betwiste) betrokkenheid van OIP bij het gewapend conflict in Gaza, omdat moederbedrijf ELBIT wapens zou leveren aan Israël. De verweerders laten het echter na om objectieve stukken bij hun stelling te voegen. De rechtbank meent dat zij op die manier nalaten om de specifieke onrechtmatigheid en het concrete belang in hoofde van OIP aan te tonen. Het louter verwijzen naar de aandelenstructuur van OIP en het bedrijf ELBIT is niet voldoende.

  • De productie van wapens is in België niet verboden. OIP beschikt daarbij over de nodige toelatingen en exportvergunningen. Dit wordt door de verweerders overigens zelf bevestigd. Zij bewijzen dan ook niet dat OIP een onrechtmatig bedrijf zou zijn of een doel nastreeft dat strijdig is met de openbare orde.

  • De vordering tot schadevergoeding van OIP is gebaseerd op het feit dat haar werknemers op 4 maart 2024 niet konden werken. Deze vordering is niet bedoeld om een (vermeende) ongeoorloofde situatie – met name de oorlog in Gaza - in stand te houden.
  • Het is voor de rechtbank voldoende duidelijk dat de eerste tot en met de vijfde verweerder zich hebben vastgeketend aan het hek. Uit het strafdossier blijkt eveneens dat de zesde en zevende verweerder op het dak waren geklommen. De actie was onaangekondigd en duurde ongeveer van 7 uur tot 11.10 uur. De verweerders brachten geen materiële schade toe aan het terrein of het gebouw.

  • De verweerders kunnen niet bewijzen dat OIP de bedoeling heeft om hen het zwijgen op te leggen. De eis tot schadevergoeding van OIP beknot geenszins het recht op vrije meningsuiting van de verweerders. Het handelt louter over de vraag of de verweerders bij de uitoefening van onder andere dit recht op vrije meningsuiting een fout hebben gemaakt die schade veroorzaakte bij de eiseres (OIP).

  • Uit het strafdossier blijkt dat de actievoerders wel degelijk de bedoeling hadden om OIP te saboteren “omwille van hun connectie met Israël”. Zo verwijst de rechtbank naar het gegeven dat zij zich lange tijd hebben vastgeketend waardoor de werknemers niet aan de slag konden gaan, zij niet weggingen na veelvuldig verzoek van de politie of na het opmaken van artikels door journalisten. De rechtbank volgt de verweerders ook niet in hun stelling dat zij geen andere mogelijkheid hadden met betrekking tot de uitvoering van de actie. Hun gedrag overstijgt dan ook het gedrag van een normaal en voorzichtig demonstrant.

Conclusie

De rechtbank acht de vordering van OIP gegrond voor wat betreft de eerste, tweede, derde, vierde en vijfde verweerder. Dit geldt niet voor de zesde en zevende verweerder: zij waren op het dak geklommen en hebben dit op vraag van de politie verlaten. Zij hebben met hun actie er niet voor gezorgd dat de toegang tot het bedrijf belemmerd werd of dat er rechtstreekse schade werd geleden.

Beoordeling schade

De rechtbank aanvaardt dat OIP door de fout van de verweerders schade heeft geleden. Zo werd het personeel tijdens de manifestatie naar huis gestuurd en was het achteraf praktisch niet haalbaar om hen terug te roepen, wat leidde tot een dag productieverlies. 

De rechtbank is echter van oordeel dat ze over onvoldoende objectieve stukken beschikt om tot een exacte begroting van de schade over te gaan. De rechtbank zal daarom een gerechtsdeskundige-bedrijfsrevisor aanstellen om de exacte omvang de geleden schade te bepalen.

De conclusies van het deskundigenonderzoek zullen worden behandeld op de zitting van de rechtbank op dinsdag 16 juni 2026 om 11 uur.