01

Bij het betreden van het gebouw dient men zich aan te melden bij de veiligheidsdiensten. In het gebouw is er camerabewaking.

lees meer lees minder

Alle contactgegevens

Localisatie

Hof van Beroep Antwerpen

Griffies

  • 03 247 97 41
  • 03 247 97 35
  • 03 247 97 86
  • 03 247 97 23
  • 03 247 97 83
  • 03 247 97 39
  • 03 247 97 81

Hof van Beroep Antwerpen

Voorstelling

Welkom

Het Hof van beroep te Antwerpen werd opgericht in 1975. Tot voordien bestonden enkel de Hoven van beroep van Brussel,Gent en Luik.De rechtsmacht over de provincie Antwerpen was destijds toebedeeld aan het Hof van beroep te Brussel terwijl de rechtsmacht over de provincie Limburg was toevertrouwd aan het Hof van beroep te Luik.Het rechtsgebied van het Hof van beroep te Antwerpen bestrijkt de twee provincies Antwerpen en Limburg.

Het Hof van beroep is het rechtscollege dat kennis neemt van de hogere beroepen tegen de uitspraken van de rechtbanken van eerste aanleg en rechtbanken van koophandel van de provincie Antwerpen en Limburg. Het is bijgevolg niet mogelijk om rechtstreeks een zaak in te leiden bij het Hof van beroep.

Het Hof behandelt zowel burgerlijke-handels-en fiskale geschillen als strafzaken.

Er zijn in het hof van beroep kamers voor burgerlijke-, handels- en fiscale zaken, kamers voor correctionele zaken,een kamer van inbeschuldigingstelling en een familie- en jeugdkamer.

Er is tevens een bureau voor rechtsbijstand dat beslist over de aanvragen tot kosteloze rechtspleging.

De kamer van inbeschuldigingstelling is een afdeling van het hof van beroep waar de beroepen in het kader van de wet op de voorlopige hechtenis en de betwistingen in de lopende gerechtelijke onderzoeken behandeld worden. Deze kamer beslist tevens in hoger beroep of de verdachte al dan niet voor de strafrechter moet verschijnen en verwijst de verdachte naar het hof van assisen.

Er betaat een hof van assisen per provincie. Het gaat evenwel niet om een permanente rechtsmacht. Het hof van assisen wordt gevormd wanneer een zaak werd aanhangig gemaakt via een verwijzing door de kamer van inbeschuldigingstelling. De voorzitter van het hof van assisen die lid is van het hof van beroep, evenals de assessoren, die rechter zijn in een rechtbank van eerste aanleg, worden aangewezen door de Eerste Voorzitter.

Organisatie

Dienstregeling

Inleidingen

De burgerlijke zaken worden ingeleid overeenkomstig de in artikel 2 van de beschikking van 14 juni 2019 en aangepast op 10 oktober 2019, houdende de dienstregeling, vermelde bevoegdheidsverdeling op navolgende dagen en uren :

Kamer B1 E1 – zaal I maandag 9.00 uur
Kamer B2 E1 – zaal I dinsdag 9.00 uur
Kamer B3 E1– zaal E maandag 14.00 uur
Kamer B4 E1 – zaal F maandag 9.00 uur tot 9.15 uur
Kamer B5 E1 – zaal F donderdag 9.00 uur
Kamer B6 E1 – zaal B dinsdag 14.00 uur tot 14.15 uur
Kamer B7 M– zaal A maandag 9.00 uur tot 9.15 uur
Kamer B8 E1 – zaal F woensdag 9.00 uur
Kamer B9 E – zaal N dinsdag 9.00 uur
Kamer F1 E1 – zaal E dinsdag even weken 14.00 uur
Kamer F2 E – zaal M maandag 9.00 uur
Kamer F3 E – zaal M dinsdag
  • tussen 9.00 uur en 12.30 uur op datum en uur aan te duiden door de griffie
  • indien de noodwendigheden van de dienst dit  vereisen, tevens tussen 14.00 uur en 16.00 uur, op datum en uur aan te duiden door de griffie

 

De voorzitter van de kamer kan per individuele zaak, wanneer na een prima facie onderzoek al dan niet op grond van de uitleg verschaft door de partijen of hun raadslieden ter gelegenheid van de inleidingszitting blijkt dat de complexiteit, het belang van de zaak of  andere bijzondere, objectieve omstandigheden daartoe aanleiding geven, ambtshalve oordelen dat deze zaak aan de meervoudige kamer dient te worden toegewezen.
 
De overige zaken zullen worden toegewezen aan één van de overeenstemmende enkelvoudige kamers.

De voorzitter zal dan onmiddellijk de conclusietermijnen en de rechtsdag kunnen bepalen, zowel voor de zaken toegewezen aan de collegiale als aan de enkelvoudige kamer.

De voorzitter van kamer B9 E, voor welke kamer de bouwzaken worden ingeleid, kan in die bouwzaken conclusietermijnen bepalen en een rechtsdag toewijzen rechtstreeks op de collegiale of enkelvoudige kamers B2, B3 en B7.

De eerste voorzitter kan een zaak nadien nog, ambtshalve of op voorstel van de kamer, toewijzen aan een meervoudige of enkelvoudige kamer en dit tot op het ogenblik van sluiting van de debatten. 

Griffiediensten

De griffie van het Hof van beroep is een voor het publiek toegankelijke openbare en administratieve dienst in het kader van de bij deze rechtsmacht gevoerde procedures. Deze is ingedeeld in twee secties:

  • op de 2e verdieping bevindt zich de correctionele sectie (correctionele zaken, zaken inzake sociaal strafrecht, zaken inzake voorrecht van rechtsmacht, zaken m.b.t. de Kamer van Inbeschuldigingstelling, jeugdzaken).
  • op de 4e verdieping bevindt zich de burgerlijke sectie (burgerlijke- en handelszaken, fiscale zaken, jeugdzaken, kieszaken, rechtsbijstand).

Op de griffie kan men in de door de wet bepaalde gevallen hoger beroep en cassatieberoep instellen, kunnen de partijen hun rechtsplegingsdossier inkijken, kunnen zij inlichtingen vragen m.b.t. de stand van de procedure en rechtsdag vragen, kan men afschriften van de gewezen arresten en de stukken van het dossier bestellen, worden de griffierechten geïnd en de opgeroepen tolken en getuigen betaald. In welbepaalde gevallen kunnen derden eveneens afschrift bekomen van de gewezen uitspraken.

De leden van de griffie mogen echter geen consult geven. Louter formele informatie en toelichting worden evenwel op eenvoudig verzoek aan partijen en andere rechtzoekenden wel verstrekt.

De zittingsgriffier verleent bijstand aan de rechter (hij bereidt de taken van de rechter voor, is aanwezig op de terechtzitting en notuleert het verloop van de rechtszaken en uitspraken). Hij geeft akte van de verschillende formaliteiten waarvan de vervulling moet worden vastgesteld, verleent er authenticiteit aan, stelt de dossiers van de rechtspleging op en ziet in het kader van zijn bevoegdheid toe op de naleving van de reglementering ter zake.

Videoconferentie

 Akkoordformulier

U bent rechtzoekende of advocaat en u komt uit het rechtsgebied van het hof van beroep te Antwerpen? U verliest minder tijd wanneer u uw rechtzaak in hoger beroep te Hasselt zou kunnen laten doorgaan? U volgt de zaak in een zittingzaal van het gerechtsgebouw te Hasselt, terwijl terzelfdertijd de magistraten in het gerechtsgebouw van het hof van beroep te Antwerpen zetelen.

VIDEOCONFERENTIE
De formele zitting vindt plaats in het Hof van beroep te Antwerpen. De partijen hebben de mogelijkheid tot een audiovisueel debat terwijl zij zich fysiek in de daartoe bestemde zaal 02.127 (2e verdieping) in het gerechtsgebouw te Hasselt, Parklaan 25 bevinden. Het videoconferentiesysteem biedt de rechtzoekende en zijn advocaat een onmiddellijke, volledige, ongestoorde beeld- en geluidsweergave van de zitting van het hof van beroep te Antwerpen. Ook de magistraten van het hof horen en zien ‘in real time’ de partijen aan de andere zijde van de videoverbinding.
Voor wat de advocaten betreft zijn er twee scenario’s:

  1. alle advocaten pleiten in de zittingszaal te Hasselt;
  2. één of meerdere advocaten pleiten in de zittingszaal te Hasselt, terwijl de andere advocaten pleiten in de zittingszaal van het hof van beroep te Antwerpen.

WAAROM
Het hof van beroep Antwerpen wenst deze mogelijkheid aan te bieden om tegemoet te komen aan de mobiliteitsproblemen van rechtzoekenden en advocaten uit Limburg. Dit beantwoordt ook aan een verordening (EG nr. 1206/2001) en aan een aanbeveling van de CEPEJ (Commission eu-ropéenne pour l’efficacité de la justice). Een efficiënte organisatie van de rechtspraak is een belangrijke doelstelling van de Gerechtelijke organisatie.

MEER WETEN
Op welke zaken is dit van toepassing?

  • burgerlijke- , handels- en fiscale zaken
  • zaken betreffende hogere beroepen tegen vonnissen van de rechtbanken van eerste aanleg Limburg en de ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdelingen Hasselt en Tongeren 
  • zaken waarin alle partijen vertegenwoordigd/bijgestaan worden door een advocaat en alle advocaten het akkoordformulier hebben ondertekend.

Hoe kan ik opteren voor de videoconferentie en op welk tijdstip?

Door gebruik te maken van het akkoordformulier dat u op onze website kan downloaden of dat u rechtstreeks zal ontvangen in de nieuw in te leiden zaken. Dit formulier dient u ons bij voorkeur tegen de instaatstelling te bezorgen, hetzij door neerlegging ter griffie/zitting, hetzij door toezending per brief of fax. Wanneer u nadien een verzoek indient kan dit mogelijk een wijziging van de pleitdatum met zich meebrengen.

In welke gevallen wordt videoconferentie uitgesloten? 

  • de strafzaken 
  • de jeugdzaken
  • de familiezaken (behalve vereffeningen en verdelingen) 
  • zaken waarin de persoonlijke verschijning van partijen wordt bevolen 
  • getuigenverhoor
  • zaken waar niet alle advocaten het akkoordformulier hebben ondertekend 
  • zaken waarin één of meer partijen niet vertegenwoordigd zijn door een advocaat

Persprotocol

Griffies

Griffies

  • 03 247 97 41
  • 03 247 97 35
  • 03 247 97 86
  • 03 247 97 23
  • 03 247 97 83
  • 03 247 97 39
  • 03 247 97 81

Nieuws

B E S C H I K K I N G

Nr. 2020/177

Wij, R. Hobin, eerste voorzitter van het hof van be­roep te Antwerpen;

Gelet op de dwingende richtlijnen van het College van hoven en rechtbanken d.d. 16 en 18 maart 2020, zoals geactualiseerd op 15 april 2020;

Gelet op onze beschikkingen van 17 maart, 19 maart, 20 maart en 3 april 2020 houdende een nood-dienstregeling tijdens corona-tijden;

Gelet op de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad van 6 mei 2020, en de daarin in het vooruitzicht gestelde “exit”-planning;

Gelet op het art. 3 van het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020, zoals aangepast door het Ministerieel Besluit van 30 april 2020, en zoals gewijzigd door het art. 3 van het Ministerieel Besluit van 8 mei 2020, meer bepaald het feit dat de cruciale bedrijven en de essentiële diensten toegankelijk zijn voor het publiek en gehouden zijn om, in de mate van het mogelijke, “het systeem van telethuiswerk en de regels van “social distancing” toe te passen;

Gelet op de aanbevelingen van het College van hoven en rechtbanken van 1 mei 2020;

Gelet op de artikelen 24 en 25 van de Wet van 15 juni 1935;

Gelet op de noodwendigheden van de dienst;

Na het mondeling advies te hebben ingewonnen van de procureur-generaal bij ons hof van beroep, van de beide stafhouders van het ressort en van de hoofdgriffier;

Wijzigen onze hoger vermelde beschikkingen als volgt:

Art. 1 :
De beschikkingen van 17 maart, 19 maart, 20 maart en 3 april 2020 worden - met uitzondering van het hieronder bepaalde -  opgeheven met ingang van 25 mei 2020 voor wat betreft kamer C3-K.I. (1 en 2) en met ingang van 1 juni 2020 voor wat betreft de overige kamers van het hof van beroep.

Art. 2 :
Met ingang van 25 mei 2020 voor wat betreft kamer C3-K.I. (1 en 2), en met ingang van 1 juni 2020 voor wat betreft de overige kamers, wordt opnieuw de gewone dienstregeling van 14 juni 2019 van kracht, mits de hierna vermelde bijzondere bepalingen met het oog op de veiligheid en de volksgezondheid.

Art. 3:
De dienstregeling van 14 juni 2019 is opnieuw van kracht, mits:

  • de naleving van de gezondheidsmaatregelen en rekening houdend met de beschikbaarheid van magistraten en griffiepersoneel;
  • de organisatie in de mate van het mogelijke van telewerk teneinde de regels van “social distancing” in acht te kunnen nemen;
  • de beperking (in de mate van het mogelijke) van de toegang tot de gerechtsgebouwen tot die personen die omwille van hun zaak op de rechtbank moeten zijn, dan wel tot wie om professionele redenen op de rechtbank moet zijn.

Concreet betekent dit het volgende:

3.1. Mondmaskers:
De zaken worden op uur vastgesteld om de aankomst van mensen zoveel mogelijk te spreiden. Gelet op de concrete inrichting van het gebouw en gelet op de spreiding der zaken zal het meestal mogelijk zijn om overal 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren.

Het is verplicht een mondmasker (of gelijkwaardig, sjaal, hoofddoek, bandana...) mee te hebben voor het geval u in een situatie komt dat de 1,5 meter afstand niet kan bewaard worden (bv: een griffie of een volle zittingszaal). De voorzitter van de kamer beslist of u in de zittingszaal al dan niet een mondmasker moet dragen, gelet op de beschikbare ruimte en het aantal aanwezigen (zie bijlage). Het is dus niet algemeen verplicht om overal in het gebouw van het hof van beroep / arbeidshof een mondmasker te dragen.

3.2. Interacties op afstand:

3.2.1. Digitaal werken:
Om telewerk in de mate van het mogelijke te bevorderen wordt de elektronische communicatie via e-Deposit zoveel mogelijk aanbevolen.

Iedereen gelieve bij voorkeur de neerleggingen van verzoekschriften hoger beroep, conclusies, stukkenbundels en brieven (inclusief het akkoord om de zaak schriftelijk in beraad te nemen) via e-Deposit uit te voeren.

Faxen moeten zoveel mogelijk vermeden worden gelet op de onderbezetting van het personeel dat via het thuiswerk enkel de elektronische neerleggingen kan opvolgen.

Voor wat betreft verzoekschriften: het verzoekschrift dient verzonden te worden in het speciaal daarvoor gecreëerde e-Deposit rolnummer (voor burgerlijke zaken: 1970/AR/70 en voor strafzaken: 1970/CO/70). De verzoekschriften zullen niet op de rol worden ingeschreven dan na ontvangst van het bewijs van betaling van €20 bijdrage aan het fonds tweedelijnsrechtsbijstand, tenzij voor wie van deze betaling vrijgesteld is. Dit kan door een storting van €20 op BE46 6792 0091 0036 met als mededeling de naam van de eerste appellant(e).

3.2.2. Uitspraken:
Via de website van het hof van beroep kan men via de link “uw dossier” nagaan op welke datum de uitspraak in een welbepaalde zaak werd uitgesteld.

Teneinde niet te veel volk te moeten ontvangen in de zittingszalen op dagen dat er uitspraak is in strafzaken, zal iedere advocaat - in afwachting van een normalisatie van de toestand - in alle strafzaken (incl. K.I.) het arrest onmiddellijk na de uitspraak automatisch en kosteloos digitaal per e-mail ontvangen. De partijen in strafzaken zonder advocaat zullen het arrest kosteloos per post krijgen.

3.2.3. Inzage dossiers:
Voor de inzage van dossiers (ook voor inzage van bepaalde burgerlijke dossiers) werd zitruimte gecreëerd op de griffie K.I. en de correctionele griffie. OPGELET: mondmasker dragen is hier verplicht tijdens de inzage.

Art. 4: Behandeling van de burgerlijke zaken / burgerlijke belangen in strafzaken:
Het K.B. nr. 2 van 9 april 2020, zoals verlengd bij K.B. van 28 april 2020, blijft onverminderd van toepassing, en dit voor de zaken die werden vastgesteld tot 17 juni 2020.

Gelet op de hernieuwde inwerkingtreding van de dienstregeling van 14 juni 2019, en gelet op de aanpassing van de zittingszalen met het oog op de handhaving van de “social distancing”, is het in alle zaken met een aan de zaal aangepast aantal partijen (zie bijlage) ook mogelijk om opnieuw pleidooien te houden of mondeling toelichting te geven op de vastgestelde rechtsdag. Voor die zaken die onder het toepassingsgebied van voornoemd K.B. nr. 2 vallen kan de voorzitter van de kamer in geval van bezwaar dus – overeenkomstig art. 2, §4 van dit K.B. – partijen uitnodigen om op de vastgestelde rechtsdag mondelinge toelichting te komen geven.

Art. 5: Uitspraken noodstrafkamer C8:
De bij beschikking van 17 maart 2020 opgerichte C8 kamer kan ook in de toekomst nog uitspraken doen van alle zaken die overeenkomstig de noodbeschikkingen van 17 maart, 19 maart, 20 maart en 3 april 2020  in beraad genomen werden: steeds op maandag, woensdag en donderdag, tussen 09.00 uur en 09.30 uur, of tussen 14.00 uur en 14.30 uur. Via de website van het hof van beroep kan men via de link “uw dossier” nagaan op welke datum de uitspraak in een welbepaalde zaak werd gesteld. Voor deze uitspraken is geen individuele beschikking van de eerste voorzitter voor het houden van een buitengewone zitting nodig.

Art. 6: Behandeling van de zaken C3-K.I.:
Zeggen dat de kamer van inbeschuldigingstelling (ook als C3 kamer) met ingang van 25 mei 2020 zitting zal houden overeenkomstig de beschikking van 14 juni 2019.

Wat het gevangenentransport betreft: om redenen van absolute volksgezondheid (enerzijds het doel om te trachten het virus uit de gevangenissen te houden, en anderzijds de moeilijkheden van “social distancing” in de 6 cellen van het hof van beroep en op de zitting) wordt het gevangenentransport nog steeds zoveel mogelijk beperkt. Advocaten zullen hun cliënt vertegenwoordigen. Het betrekken van de aangehoudene via videoconferentie is – bij gebrek aan wettelijk kader en gelet op het gebrek aan mensen en middelen in de lokalen van de gevangenissen met het oog op tal van gelijktijdige videoconferenties – voorlopig enkel mogelijk in het kader van welbepaalde proefprojecten, maar nog niet op grote schaal.

Enkel op beslissing van de kamervoorzitter zal de aangehoudene worden overgebracht, desnoods na uitstel van de zaak op verzoek van de aangehoudene.

Art. 7: Strafkamers ten gronde:
De werking van de correctionele kamers C1, C2, C4, C5 en C6 wordt hervat met ingang van 01 juni 2020.

In de bijlage van deze beschikking wordt aangegeven hoeveel mensen (partijen/advocaten) er in een welbepaalde zittingszaal zijn toegelaten met het oog op “social distancing”. Indien dit aantal door de omstandigheden moet overschreden worden zal de kamervoorzitter beslissen hoe de zitting doorgang kan vinden: ofwel door het verplicht dragen van een mondmasker (of gelijkgesteld), ofwel door de zaak uit te stellen op een andere datum in een grotere zittingszaal (bv.: plechtige zittingszaal).

De kamers C1, C2, C4, C5 en C6 kunnen zitting houden in alle zaken die door de noodstrafkamer C8 werden uitgesteld,

Wat het gevangenentransport betreft: om redenen van absolute volksgezondheid (enerzijds het doel om te trachten het virus uit de gevangenissen te houden, en anderzijds de moeilijkheden van “social distancing” in de 6 cellen van het hof van beroep en op de zitting) wordt het gevangenentransport nog steeds zoveel mogelijk beperkt. Advocaten zullen hun cliënt vertegenwoordigen. Het betrekken van de aangehoudene via videoconferentie is – bij gebrek aan wettelijk kader en gelet op het gebrek aan mensen en middelen in de lokalen van de gevangenissen met het oog op tal van gelijktijdige videoconferenties – voorlopig enkel mogelijk in het kader van welbepaalde proefprojecten, maar nog niet op grote schaal.

Enkel op beslissing van de kamervoorzitter zal de aangehoudene worden overgebracht, desnoods na uitstel van de zaak op verzoek van de aangehoudene.

Teneinde niet te veel volk te moeten ontvangen in de zittingszalen op dagen dat er uitspraak is in strafzaken, zal iedere advocaat in afwachting van een normalisatie van de toestand in alle strafzaken (incl. K.I.) het arrest onmiddellijk na de uitspraak automatisch en kosteloos digitaal per e-mail ontvangen. De partijen in strafzaken zonder advocaat zullen het arrest kosteloos per post krijgen.

Art. 8: Jeugdzaken:
Voor de jeugdkamer blijven volgende veiligheidsmaatregelen van toepassing:

Begeleiders van voorzieningen of pleegzorgbegeleiding moet(en) niet verschijnen; hun verslaggeving volstaat.

Pleegouders en ouders die gedagvaard werden laten zich bij voorkeur vertegenwoordigen.

Minderjarigen ouder dan 12 jaar en minderjarigen in gesloten voorzieningen worden maximaal vertegenwoordigd door hun advocaat.

Art. 9: Wat de familiekamers met minderjarigen (F3E) betreft:
De zaken waar betwisting is omtrent het verblijf van de minderjarige worden alleszins behandeld, met mogelijke aanwezigheid van elke ouder, maar:

  • op dinsdag: in de raadkamer van de plechtige zittingszaal, terwijl de plechtige zittingszaal zelf als wachtzaal wordt gebruikt;
  • op woensdagnamiddag: in “zaal I”.

De advocaten worden verzocht andersluidende verzoeken op voorhand via e-Deposit mee te delen.

Art. 10: Wat de collegiale (meervoudige) kamers F1M en B2M betreft:
De collegiale kamers F1M en B2M verkeren – ingevolge een gebrek aan zittingszalen waar gelijktijdig op veilige wijze collegiaal kan gezeteld worden – niet in de mogelijkheid om vanaf 01 juni 2020 volledig te hervatten.

De zaken van deze kamers zullen in de maand juni 2020 - bij wijze van noodmaatregel - enkelvoudig behandeld worden of (wat één omvangrijke zaak betreft) in de plechtige zittingszaal behandeld worden.

Aldus gedaan in het hof van beroep te Antwerpen, in ons kabinet, op vijftien mei tweeduizend twintig.

R. Hobin

 

Bijlage 1:       overzicht zittingszalen met de bezettingscapaciteit;
Bijlage 2:       zittingszaal per kamer.

 

BIJLAGE 1:  bezettingscapaciteit zittingszalen.

BIJLAGE 2 : zittingszaal per kamer

 

Met KB nr. 2 van 9 april 2020 voor wat betreft de burgerlijke geschillen, had de Volmachtregering voornamelijk twee bedoelingen:

  • partijen te behoeden voor de gevolgen van het niet tijdig kunnen verrichten van proceshandelingen: daarom wordt in art. 1 de conclusietermijn die nà 9 april 2020 valt verlengd en worden de overige termijnen in voorkomend geval mede opgeschoven.
  • te vermijden dat niets meer in beraad genomen wordt: daarom wordt het via art. 2 mogelijk gemaakt dat de burgerlijke zaken in beraad worden genomen zonder mondelinge toelichting.

Deze regeling, die uit de aard zelf (nationaal toepasselijk) uniform moest zijn, heeft voor sommige gerechtelijke entiteiten evenwel een mogelijk nadelig effect. In die rechtbanken/hoven waar de rechtsdag over het algemeen werd vastgesteld op de kortst mogelijke termijn (iets meer dan één maand na de laatste conclusietermijn), zullen de meeste rechtsdagen in principe vanaf half mei 2020 “van rechtswege” verdaagd moeten worden, omdat de laatste conclusietermijn nà 09.04.2020 bepaald werd. Dit nadelig gevolg is uiteraard niet wat de geest van het Volmachtenbesluit beoogde, maar is een louter gevolg van het feit dat een uniforme regeling moest uitgevaardigd worden.

Dit nadelig gevolg kan overigens – in die rechtbanken en hoven waar het zich voordoet - gemakkelijk opgevangen worden door procedure-akkoorden tussen de advocaten/partijen.

Partijen kunnen immers altijd al minnelijk afwijken van de conclusietermijnen; het Volmachtenbesluit heeft daaraan geen wijziging gebracht. Het verslag aan de Koning bij het Volmachtenbesluit verduidelijkt overigens dat met de term “ van rechtswege” beoogd werd te vermijden dat de rechtbanken zouden overspoeld worden met extra werk om eerder vastgelegde termijnregelingen aan te passen; deze term belet niet dat andersluidende akkoorden gesloten worden.

Niets belet partijen m.a.w. om alsnog akkoord te gaan tot behoud van de eerder vastgestelde rechtsdag in mei of juni 2020, en behoud van alle (ook de eventueel laattijdig neergelegde) conclusies.

Om te vermijden dat er vanaf september 2020 – ingevolge tal van uitstellen “van rechtswege” - een dubbele hoeveelheid zaken in beraad genomen moet worden, roept het hof van beroep te Antwerpen dan ook op dat alle partijen en hun advocaten in de mate van het mogelijke meewerken aan de spreiding van de behandeling der burgerlijke rechtszaken, door zoveel mogelijk te kiezen voor het behoud van de verleende rechtsdag in de maanden mei en juni 2020.

Om op een geldige manier te kunnen afwijken van de automatische uitstelregeling ingevolge art. 1 van het Volmachtenbesluit is het noodzakelijk dat elke partij/advocaat in het geschil uitdrukkelijk zijn akkoord terzake schriftelijk bevestigt. Het hof zal hier een proactieve rol op zich nemen, en de betrokken advocaten (en indien een partij geen advocaat heeft: de betrokken partij) contacteren om dit akkoord ook schriftelijk te bevestigen. Op die wijze hopen wij de doelstelling van het Volmachtenbesluit zo goed mogelijk te realiseren: enerzijds door de zaak uit te stellen indien de partijen of hun advocaten in een overmachtssituatie verkeren, maar anderzijds door zo veel mogelijk conflicten ook in deze corona-periode tijdig te beslechten en op die wijze een grote gerechtelijke achterstand te vermijden.

Hartelijk dank voor uw positieve medewerking.

Rob Hobin,
Eerste voorzitter van het hof van beroep te Antwerpen

B E S C H I K K I N G

Nr. 2020/138

 

Wij, R. Hobin, eerste voorzitter van het hof van be­roep te Antwerpen;

Gelet op de dwingende richtlijnen van het College van hoven en rechtbanken d.d. 16 maart 2020 teneinde de verspreiding van het coronavirus te vertragen, wordt deze nood-dienstregeling opgesteld;

Gelet op onze beschikkingen van 17 maart, 19 maart en 20 maart 2020 houdende een nood-dienstregeling tijdens corona-tijden;

Gelet op de verlenging van de noodtoestand ingevolge de beslissing van de federale regering van 27 maart 2020, tot minstens 19 april 2020, met eventuele verlenging tot 3 mei 2020;

Gelet op het feit dat de onzekerheid over de verlenging van de maatregelen tot 3 mei 2020 niet mag beletten om toch reeds in zittingen te voorzien waarop thans reeds dagstellingen kunnen gebeuren;

Gelet op het feit dat rekening moet gehouden worden met de verminderde personeelsbezetting op het hof, en met het feit dat zittingen met een meervoudige kamer nog enkel kunnen doorgaan op plaatsen waar de minimale veiligheidsafstand voortdurend kan gehandhaafd worden;

Gelet op de artikelen 24 en 25 van de Wet van 15 juni 1935;

Gelet op de noodwendigheden van de dienst;

Na het mondeling advies te hebben ingewonnen van de procureur-generaal bij ons hof van beroep en van de hoofdgriffier;

Wijzigen onze beschikking van 17 maart 2020, en de aanvullende beschikkingen als volgt;

Beslissen dat met ingang van heden en tot nader order volgende dienstregeling geldt :

 

Art. 1 :

Zeggen dat de kamer van inbeschuldigingstelling zitting zal houden :

  • telkens op dinsdag en vrijdag, zijnde op 03, 07, 10, 14, 17, 21, 24 en 28  april 2020, op donderdag 30 april 2020, en op dinsdag en vrijdag 05, 08, 12, 15, 19, 22, 26 en 29 mei 2020.

In deze noodregeling zal de K.I. tijdens de zittingen enkel kennis nemen van de absoluut dringende zaken, zoals voorlopige hechtenis, vreemdelingen, dringende “verzoeken Franchimont”  inzake aangehoudenen, geïnterneerden.

Zodra wettelijk toegelaten worden de zaken van regeling van de rechtspleging en de overige “verzoeken Franchimont”  schriftelijk in beraad genomen;

De K.I. zal ook zitting houden als C3-kamer voor de behandeling van de verzoekschriften tot voorlopige invrijheidstelling.

De pleidooien worden beperkt tot gemiddeld 10 min. per zaak teneinde het geheel van de absoluut dringende zaken te kunnen afhandelen in deze noodzitting.

Wat het gevangenentransport betreft: om redenen van absolute volksgezondheid (enerzijds het doel om te trachten het virus uit de gevangenissen te houden, en anderzijds de moeilijkheden van “social distancing” in de cellen van het hof van beroep en op de zitting) wordt het gevangentransport zoveel mogelijk beperkt. Advocaten zullen hun cliënt vertegenwoordigen. Het betrekken van de aangehoudene via videoconferentie is – gelet op het gebrek aan mensen en middelen in de lokalen van de gevangenissen met het oog op gelijktijdige videoconferenties – voorlopig enkel mogelijk in het kader van welbepaalde proefprojecten, maar nog niet op grote schaal, en dus niet in de K.I. Enkel op beslissing van de kamervoorzitter zal de zaak eventueel, in hoogst uitzonderlijke gevallen, op verzoek van de aangehoudene (bvb. ingeval van gevorderde internering) worden uitgesteld met het oog op de overbrenging van de betrokkene naar het hof. Indien dit praktisch onmogelijk te organiseren blijkt, wordt de zaak uitgesteld tot de eerst nuttige datum.

 

Gelet op de tijdelijke beperking van de toegang tot de gerechtsgebouwen worden de uitspraken van de K.I.   in deze periode tijdelijk automatisch en kosteloos digitaal per e-mail verzonden aan elke advocaat.

 

Volgende magistraten worden aangeduid voor deze zittingen :

“Namen”

Volgende zittingsdeurwaarders worden aangeduid voor de zittingen van de K.I. :

“Namen”

Nemen akte van de aanduiding door de hoofdgriffier van ons hof van de volgende griffiers :

“Namen”

 

Art. 2 :

Voor de burgerlijke kamers blijft de nood-dienstregeling van 17 maart 2020 van toepassing, mits volgende wijziging:

Enkel de dringende zaken worden behandeld, alsmede de zaken waar schriftelijke behandeling mogelijk is; de voorzitter van de kamer beoordeelt of een zaak dringend is.

De overige zaken worden ambtshalve uitgesteld op vaste datum.

Zaken die ingeleid worden, worden enkel schriftelijk behandeld voor zover er conclusietermijnen moeten verleend worden.

De zaken die niet schriftelijk in beraad kunnen genomen worden, worden ambtshalve uitgesteld op vaste datum.

 

Art. 3 :

Voor de familiale kamers die zaken van minderjarigen behandelen, blijft de nood-dienstregeling van 17 maart 2020, zoals aangevuld, van toepassing, mits volgende wijziging:

Enkel de dringende zaken worden behandeld; de voorzitter van de kamer beoordeelt of een zaak dringend is.

Partijen laten zich bij voorkeur vertegenwoordigen door hun advocaat ook al is hun aanwezigheid in persoon principieel vereist.

Vanaf 20 april 2020 en tot versoepeling van de regels van “social distancing”, worden de zaken waar betwisting is omtrent het verblijf van de minderjarige alleszins behandeld, met mogelijke aanwezigheid van elke ouder, maar in de zittingszalen A en B (de ene wordt gebruikt als zittingszaal, de andere als wachtzaal). Indien gewacht moet worden op verslagen van derden worden partijen verwittigd dat de zaak toch niet zal doorgaan.

De zaken die niet dringend zijn worden ambtshalve uitgesteld op vaste datum, tenzij ze schriftelijk in beraad genomen kunnen worden.

De advocaten worden verzocht andersluidende verzoeken op voorhand via e-Deposit mee te delen.

 

Art. 4 :

Voor de jeugdkamer blijft de nood-dienstregeling van 17 maart 2020, zoals aangevuld, van toepassing, mits volgende wijziging:

Enkel dringende zaken zullen worden behandeld. Begeleiders van voorzieningen of pleegzorgbegeleiding moet(en) niet verschijnen; hun verslaggeving volstaat.

Pleegouders en ouders die gedagvaard werden laten zich bij voorkeur vertegenwoordigen.

Minderjarigen ouder dan 12 jaar en minderjarigen in gesloten voorzieningen worden maximaal vertegenwoordigd door hun advocaat.

De zaken die niet dringend zijn worden ambtshalve uitgesteld op vaste datum.

 

Art. 5:

De dagstellingen voor de correctionele zaken moeten voldoende tijd op voorhand gebeuren. Daarom wordt de regeling van de strafzaken ten gronde reeds vastgelegd tot einde mei 2020, ongeacht het feit dat nog niet geweten is tot hoelang de noodmaatregelen van de federale regering verlengd worden.

De werking van de correctionele kamers C1, C2, C4, C5 en C6 blijft opgeschort in die zin dat de zaken en uitspraken die door die kamers moesten behandeld of gedaan worden, voortaan worden gedaan door de uitzonderlijke strafkamer C8, zonder dat een afzonderlijke beschikking van de eerste voorzitter per zaak nodig is. Deze C8-kamer is bevoegd voor alle materies van het strafrecht ten gronde en zal met ingang van 20 april 2020 zitting hebben elke maandag, woensdag en donderdag van de week om 09u00 en zo nodig om 14u00 in de plechtige zittingszaal op de eerste verdieping. Tijdens de paasvakantie zijn er zittingen op de woensdagen 8 en 15 april 2020.

Het oordeel of een zaak in deze noodsituatie toch onmiddellijk moet behandeld worden, ligt bij de eerste voorzitter op advies van de procureur-generaal. De selectie van de zaken gebeurt zowel op basis van noodzakelijke dringendheid als met het oog op het vermijden van te grote achterstand.

De C8-kamer kan zitting houden in alle zaken van de correctionele kamers C1, C2, C4, C5 en C6, zonder dat een geïndividualiseerde  beschikking van de eerste voorzitter nodig is, en zij kan op dezelfde wijze ook zaken uitstellen naar toekomstige zittingen van de correctionele kamers C1, C2, C4, C5 en C6.

Wat het gevangenentransport betreft: om redenen van absolute volksgezondheid (enerzijds het doel om te trachten het virus uit de gevangenissen te houden, en anderzijds de moeilijkheden van “social distancing” in de cellen van het hof van beroep en op de zitting) wordt het gevangentransport zoveel mogelijk beperkt. Advocaten zullen hun cliënt vertegenwoordigen. Het betrekken van de aangehoudene via videoconferentie is – gelet op het gebrek aan mensen en middelen in de lokalen van de gevangenissen met het oog op gelijktijdige videoconferenties – voorlopig enkel mogelijk in het kader van welbepaalde proefprojecten, maar nog niet op grote schaal.

Enkel op beslissing van de kamervoorzitter zal de zaak eventueel, in hoogst uitzonderlijke gevallen, op verzoek van de aangehoudene worden uitgesteld met het oog op de overbrenging van de betrokkene naar het hof. Indien dit praktisch onmogelijk te organiseren blijkt, wordt de zaak uitgesteld tot de eerst nuttige datum.

Alle uitspraken in strafzaken van de kamers C1, C2, C4, C5 en C6 die werden uitgesteld tot na 19 april 2020 kunnen gebeuren op de zittingen van de C8-kamer die in voorkomend geval zal zetelen in plaats van de C1, C2, C4, C5, C6-kamer.

De uitspraken in strafzaken  worden in deze periode, gelet op de tijdelijke beperking van de toegang tot de gerechtsgebouwen, en om toch tegemoet te komen aan de openbaarheid van de uitspraak, tijdelijk automatisch en kosteloos digitaal per e-mail verzonden aan elke advocaat. De partijen in strafzaken zonder advocaat zullen het arrest kosteloos per post krijgen.

Deze C8-kamer is tevens bevoegd voor de zaken betreffende minderjarigen. Voor de zaken die onder de gebruikelijke bevoegdheid van de J1M-kamer vallen, wordt in een bijzondere samenstelling voorzien. De werking van de kamer J1M blijft aldus opgeschort. De aldaar vastgestelde zaken zijn van ambtswege uitgesteld op onbepaalde datum. Het oordeel of een zaak toch zo dringend is dat ze in deze noodsituatie onmiddellijk moet behandeld worden, ligt bij de eerste voorzitter op advies van de procureur-generaal.

 

Volgende magistraten worden aangeduid voor de zittingen van de uitzonderlijke strafkamer C8 :

“Namen”

Volgende zittingsdeurwaarders worden aangeduid voor de zittingen van de uitzonderlijke strafkamer C8 :

“Namen”

Nemen akte van de aanduiding door de hoofdgriffier van ons hof van de volgende griffiers :

“Namen”

 

Per zitting worden de magistraten, de griffier en de zittingsdeurwaarder aangeduid door hun respectievelijke korpsoverste.

 

Art. 6

Voor de zaken met burgerlijke belangen hangende voor de C7-kamer geldt dezelfde regeling als voor de zaken bepaald in artikel 2 van deze beschikking.

Dit wil zeggen dat de dienstregeling van 14 juni 2019 en onze beschikking van 28 oktober 2019 van toepassing blijven mits volgende uitzondering :

Enkel de dringende zaken worden behandeld, alsmede de zaken waar schriftelijke behandeling mogelijk is; de voorzitter van de kamer beoordeelt of een zaak dringend is.

De overige zaken worden ambtshalve uitgesteld op vaste datum.

 

Art. 7: algemene richtlijnen m.b.t. de griffie

De toegang tot de griffies wordt zoveel mogelijk beperkt :

liefst elektronische communicatie via e-Deposit of per telefoon.

Via de website van het hof van beroep kan men via de link “uw dossier” nagaan op welke datum de uitspraak in een welbepaalde zaak werd uitgesteld.

Iedereen gelieve bij voorkeur de neerleggingen van conclusies, stukkenbundels, brieven (inclusief het akkoord om de zaak schriftelijk in beraad te nemen) via e-Deposit uit te voeren.

Faxen moeten zoveel mogelijk vermeden worden gelet op de onderbezetting van het personeel dat via het thuiswerk wel de elektronische neerleggingen kan opvolgen.

 

Aldus gedaan in het hof van beroep te Antwerpen, in ons kabinet, op drie april tweeduizend twintig.

R. Hobin

De lockdown-maatregelen van de regering ingevolge de coronacrisis en de richtlijnen van het College van hoven en rechtbanken van 18 maart 2020 houden een tijdelijke beperking in van de toegang tot de gerechtsgebouwen. 

Om in tussentijd tegemoet te komen aan de openbaarheid van de uitspraak willen wij graag anticiperen op de inwerkingtreding van het toekomstige artikel 792 Ger. W. (wijziging bij art. 32 Wet 25 mei 2018 (BS 30 mei 2018), met ingang van een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 januari 2021).

Vanaf 1 april 2020 zal iedere advocaat in afwachting van een normalisatie van de toestand in alle strafzaken (incl. K.I.) het arrest onmiddellijk na de uitspraak automatisch en kosteloos digitaal per e-mail ontvangen. De partijen in strafzaken zonder advocaat zullen het arrest kosteloos per post krijgen.

Elektronisch neerleggen van verzoekschriften / brieven


Als u iets wil neerleggen op de griffie tegen ontvangstbewijs kan dat op elektronische wijze via “e-deposit”:

  • Het is een bestaande zaak: voeg uw stuk toe in dat rolnummer;
  • Het is een nieuwe zaak (nieuw verzoekschrift of een brief): 
    Verzend uw stuk/brief als “brief” in het speciaal daarvoor gecreëerde e-deposit rolnummer (voor burgerlijke zaken: 1970/AR/70 en voor strafzaken: 1970/CO/70).
    De verzoekschriften zullen niet op de rol worden ingeschreven dan na ontvangst van het bewijs van betaling van €20 bijdrage aan het fonds tweedelijnsrechtsbijstand, tenzij voor wie van deze betaling vrijgesteld is.
    Dit kan door een storting van €20 op BE46 6792 0091 0036 met als mededeling de naam van de eerste appellant(e)..

Formulieren

Document PDF Word Excel Info
Bestelformulier in burgerlijke zaken
Gemeenschappelijk verzoek tot toepassing van art. 747 Ger. W.
Videoconferentie akkoordformulier
Document PDF Word Excel Info
Bestelformulier kopies in strafzaken
Grievenformulier hoger beroep
Grievenformulier hoger beroep toelichting

Sitemap