Proces Kriva Rochem in Justitia-site wordt verder behandeld vanaf 7 september 2026
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft een vonnis gewezen in het proces Kriva Rochem dat plaatsvindt op de Justitia-site. De rechtbank nam enkele beslissingen onder meer over procedurele betwistingen en over de veiligheidsmaatregelen.
Rechtmatige samenstelling van de rechtbank
Een behoorlijke rechtsbedeling kan vereisen dat een korpschef van een rechtscollege binnen het bestaande wettelijke en reglementaire kader de toewijzing van een zaak aan een bepaalde kamer en de zetelsamenstelling vastlegt of wijzigt, rekening houdend met onder meer de beschikbaarheid van de rechters, hun deskundigheid in een bepaalde materie, hun werklast of andere daarmee vergelijkbare objectieve redenen. De partijen dienen de aanvoering dat een wijziging is ingegeven door andere dan objectieve redenen enigszins aannemelijk te maken. Uit niets blijkt echter dat de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen van 18 februari 2026 is ingegeven door andere dan objectieve redenen en dat daardoor de schijn zou gewekt zijn dat rechters die deel uitmaken van de gewijzigde rechtsprekende formatie niet onpartijdig en onafhankelijk kunnen oordelen. De beklaagden maken op geen enkele wijze aannemelijk dat de beschikking ingegeven zou zijn door de bedoeling om inhoudelijk tussen te komen in de lopende strafzaak. De rechter is verder onafhankelijk in de uitoefening van zijn rechtsprekende functie, zodat magistraten van een rechtscollege in de uitoefening ervan dan ook niet zijn onderworpen aan het hiërarchisch gezag van hun korpschef. Beweerde motieven in hoofde van de voorzitter van de rechtbank werken dan ook niet automatisch door naar de rechters van die rechtbank.
Rechtsmacht van de rechtbank
Deze rechtbank, anders samengesteld, heeft tussenvonnissen uitgesproken. In deze tussenvonnissen heeft de rechtbank impliciet maar zeker geoordeeld dat zij rechtsmacht heeft. Ten overvloede oordeelt de rechtbank, ook in deze samenstelling, dat zij rechtsmacht heeft over het arrondissement West-Vlaanderen. Dat betekent niet dat zij enkel rechtsmacht heeft als zij fysiek zetelt in het arrondissement.
Impact van de lopende beroepsprocedures
Deze rechtbank, anders samengesteld, nam in de loop van procedure een aantal beslissingen waartegen één of meerdere partijen hoger beroep aantekenden. Over deze hogere beroepen werd nog niet geoordeeld. De rechtbank besluit dat geen van de lopende beroepsprocedures de procedure voor deze rechtbank schorst. Er is ook geen reden om de procedure te schorsen in afwachting van de lopende beroepsprocedures.
Verschillende beslissingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de hogere beroepen niet zomaar schorsende werking hebben. Verder zijn verschillende beslissingen maatregelen van louter inwendige aard. Tegen deze beslissingen staat geen hoger beroep open. Het zou inherent tegenstrijdig zijn om deze uitvoerbaar bij voorraad te moeten verklaren. Deze beslissingen zijn dat uit hun aard, terwijl zij hoe dan ook de belangen van partijen niet schaden.
Veiligheidsmaatregelen in de zittingszaal
Tijdens dit proces zijn tot op dit punt zware veiligheidsmaatregelen van toepassing geweest. Een evenwicht tussen het recht op een eerlijk proces en de noodzaak om het proces op een veilige manier te laten doorgaan is essentieel. De rechtbank verzoekt daarom het openbaar ministerie en de bevoegde veiligheidsdiensten bij het uitwerken van de veiligheidsmaatregelen:
-
Te garanderen dat er voldoende afstand is tussen de beklaagden en de politieagenten die voor hun bewaking instaan, waarbij het in het bijzonder voor de beklaagden mogelijk moet zijn om te overleggen met hun advocaat zonder dat derden daarvan kennis kunnen nemen. Als het creëren van voldoende afstand tussen de beklaagden en de politieagenten die hen bewaken niet mogelijk is op de plaats waar de beklaagden plaats hebben genomen tijdens de zitting van 16 en 17 april 2026, kan bij het uitwerken van de veiligheidsmaatregelen voor de rest van de procedure gebruik gemaakt worden van de glazen constructie in de zittingszaal.
-
te garanderen dat de beklaagden notities kunnen nemen en uitwisselen met hun advocaat.
Verdere beoordeling bij de grond van de zaak
Enkele andere betwistingen zullen beoordeeld worden samen met de grond van de zaak.
Faciliteiten en verder verloop
Deze procedure zal, behoudens onvoorziene omstandigheden, zijn verder verloop kennen in de zittingszaal waar de zitting van 16 en 17 april 2026 doorging, en waar voldoende faciliteiten aanwezig zijn.
Er werden nieuwe conclusietermijnen toegekend. Dat is noodzakelijk omdat: 1) nog niet iedereen de kans kreeg te concluderen; 2) door het verloop van de tijd mogelijk het verweer moet worden geactualiseerd; 3) de inwerkingtreding nadert van drie wetten die een impact kunnen hebben op de beoordeling van de zaak; 4) de rechtbank vraagt om bijkomend standpunt in te nemen over eventuele herkwalificaties. De zaak zal verder behandeld worden vanaf 7 september 2026 om 10u. De rechtbank voorziet een voorlopige behandelingsduur van minstens vier weken, maar merkt op dat die effectieve duur van de verdere behandeling afhankelijk is van de effectieve pleitduur en van eventuele onverwachte omstandigheden. De zittingen zullen doorgaan op alle werkdagen en telkens starten om 10u. De rechtbank neemt zich voor om de zittingsdag in principe ten laatste tegen 17u30 te beëindigen.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De noodzaak blijft om de zaak binnen een redelijke termijn af te handelen. Een aantal partijen is nog steeds aangehouden.